Ook de meeste van haar tegenstandsters van toen hebben allang voor een ander leven gekozen. Juliet Cuthbert, de winnares van het zilver in Barcelona, presenteert tegenwoordig een sportprogramma in Jamaica. Gwen Torrence, vierde, is kapster geworden. En Mary Onyali, zevende, profileert zich als Bekende Nigeriaanse. Ze lopen misschien nog wel eens hard, maar het kwikzilverige zijn ze kwijt.
Uitgerekend de oudste atlete in die memorabele 100 meterfinale heeft nog géén genoeg gekregen van de sport. Merlene Ottey, de nummer vijf op slechts 0,06 seconde van Gail Devers, haast zich nog altijd over de baan. En dat terwijl ze al vijftig is.
Vandaag is Ottey terug in het Estadio Olimpico van Barcelona. Om kwart voor elf staat ze in de startblokken voor de series van de 4x100 meter. Ze doet mee voor Slovenië. In 2002 liet ze haar geboorteland, Jamaica, boos achter zich. Ze was teleurgesteld in de atletiekbond.
Haar optreden op dit EK heeft iets zieligs. De sprintkoningin van weleer komt ver voorbij haar pensioengerechtigde leeftijd uit in een bijnummer, buiten de schijnwerpers. Voor de hoofdnummers is ze niet meer in beeld. De sprintkanonnen van nu, de Duitse Verena Sailer voorop, zijn veel te snel voor haar. En da's logisch ook; Sailer, die donderdag de titel op de 100 meter won, is nog niet eens half zo oud als Ottey.
Het zou natuurlijk wel prachtig zijn als het Sloveense kwartet de finale van de estafette zou halen. Dan loopt Ottey morgen exact achttien jaar na de olympische 100 meterfinale nog een finale in Barcelona. Maar het gaat - dat is wel zeker - niet gebeuren. De vier hebben samen een beste seizoenstijd van 45,53 seconden staan. En daar overleef je de voorrondes echt niet mee.
Ottey is bang voor het zwarte gat. Maar het wordt nu toch echt tijd dat de sprintster haar marathonloopbaan afsluit. door Roeland van Vliet














