Mijn vakantie, die als u dit leest nog precies twee dagen duurt, stond geheel in het teken van katten. Nadat ik vorige week een column wijdde aan het verscheiden van onze Grijsje, werden wij overstelpt met aanbiedingen voor een opvolger. "Ik heb er een voor je!", zei mijn chef gelijk. Waarna hij een lofzang aanhief op poes Poekie: "Hoeft niet meer gesocialiseerd te worden, want is al een jaar of twintig. Eerste eigenaar, zo goed als nieuw, goed van lijf en leden. En, groot voordeel: heeft geen kattenbak nodig. Plast gewoon in huis!"
Het klonk aanlokkelijk, maar we hebben het toch maar niet gedaan. In de
mailbox zat namelijk een SOS met vijf foto's van poezenpeuters. "Die
grijze", zei ik meteen. "Of nee: dat lapje. Of toch die witte?
Weet je wat, we gaan erheen." Een uur later bevonden we ons te
Meliskerke, temidden van vijf aandoenlijk rondstuntelende kittens. De grijze
en het lapje bleken broer en zus. Samen met de witte waren ze, nog geen drie
weken oud, achtergelaten bij de visafslag in Vlissingen. Daar had zich een
man over het drietal ontfermd. Elke ochtend om half zeven zette hij melk met
suiker, brood en hondenbrokjes voor ze neer. De asiels zaten vol, dus de
dierenambulance wilde ze ook niet komen ophalen. Gelukkig had poezenvrouwtje
Marleen Drijgers zich over de beestjes ontfermd en een dierenarts bereid
gevonden ze op te nemen.
Probeer maar eens droge ogen te houden als je zo'n verhaal hoort en die
pluizebolletjes met grote ogen naar je opkijken. De grijze zag eruit als een
goede knuffelpoes, zo eentje waar je zoon bij uit kan huilen als hij
verdriet heeft. Het lapjeskatje, dat brutaal rondstapte, was geheid een
killer. "Die gaat muizen vangen", zei ik goedkeurend tegen mijn
man. Hij knikte, zijn ogen gefixeerd op het witje. "Oók lief",
zei hij vertederd. Even later stapten we de deur uit met twee kittens.
Lieve meneer van de visafslag: Sookie (lapje) en Guus (grijs) zijn u eeuwig
dankbaar!


Sorteer reacties











