Maar wie ben ik om hem tegen te spreken?
Met mijn meer dan zestig jaren behoor ik inderdaad niet meer tot de jongsten.
Is dat erg?
Ja, dat is heel erg.
Des morgens als ik onder de douche vandaan stap en een vluchtige blik in de badkamerspiegel werp, is dat altijd weer een ontmoedigend begin van de dag. Een gerimpelde kop, dunnend haar, bollend buikje, rare beentjes - word daar maar eens vrolijk van.
"Ach het valt wel mee", zegt mevrouw Van Dam. Maar dat zegt ze alleen omdat ze mijn lief is.
"Oud worden is de enige manier om lang te leven", sprak mijn wijze grootmoeder zaliger altijd. Een waarheid als een koe, maar leuk is anders.
Steeds vaker vallen bij mij folders in de brievenbus waarin op opgeruimde toon seniorenstoelen, seniorenbedden, steunkousen, rollators, scootmobielen en aanverwante artikelen worden aangeprezen. Zover is het dus al met mij gekomen; ik behoor inmiddels tot de doelgroep van de handelaren in hulpmiddelen.
Een dag of wat terug bezorgde de postbode mij een brochure van een begrafenisonderneming, met het verzoek om mij een boekje te mogen toesturen met de weinig opbeurende titel Zo wil ik het als mijn sterven daar is. Daarin kan ik laten vastleggen wat voor soort lijkkist ik wens, welk muziekje ik tijdens mijn begrafenis gedraaid wil hebben, wat er op mijn grafsteen gebeiteld moet worden en meer van dat soort dingen.
Shit! Net in de zestig.
Maar ik hoor de kraaien al krassen.
En nou moet ik van het Hitteplan nog binnen blijven ook.














