Met brommertjes trokken wij de grens over, op naar het Vlaamse land, in
vliegende vaart over de beruchte kasseien.
We waren gek van Anderlecht en van Eddy Merckx. De muur van mijn slaapkamer
hing vol met de elftalfoto's van de Belgische kampioen, waarin sterren als
Pol van Himst, Jef Jurion en Laurent Verbiest speelden. En we reden door
weer en wind heel Vlaanderen door om in kermiskoersen de Flandriens uit die
tijd aan te moedigen.
Ze zijn zo heroïsch in beeld gebracht, de helden van de vélo, zo rond de Ronde
van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, de Flandriens van vroeger en van nu. Ik
moet bekennen dat de verhalen van Johan Museeuw en Tom Boonen me niet
aanspreken vergeleken met die van Briek Schotte, Merckx, Walter Godefroot en
Roger de Vlaeminck.
Ze zijn de eretitel van Flandriens niet waard, vind ik, omdat die Vlamingen
van nu weliswaar een mooie carrière op de kasseien rijden (of hebben
gereden), maar zichzelf en de kijkers uitputten met irritante verhalen.
Die sprint van Milaan-Sanremo, Tom, was Freire gewoon veel sneller? ,,Ik kon
zijn wiel wel houden, maar hij was net ietske rapper weg, anders had ik
gewonnen.'' Die solo van Fabian Cancellara, zondag in Parijs-Roubaix, Tom,
die was toch onnavolgbaar? ,,Ik was net zo sterk als Fabian, alleen op de
Muur moet ik effekes een gaatje laten vallen, omdat de kramp in mijn benen
sloeg.''
Het is niet de taal die de Flandriens van vroeger spraken. Briek Schotte, een
man van het volk, was ook een fiere verliezer. En Eddy
Merckx, mijn idool, had wel de bijnaam een kannibaal te zijn, zelden had hij
zo'n misselijk excuus na een verloren sprint als de Museeuws en de Boonens
van later.
Ik ben een Merckxiaan, ja, altijd gebleven. De beste en meest veelzijdige
renner aller tijden verbaasde mij deze week door in een interview te zeggen:
,,Ik was geen echte Flandrien, omdat mijn voorkeur nooit is uitgegaan naar
de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Ik reed liever
Luik-Bastenaken-Luik en Milaan-Sanremo, koersen waar het er eerlijker aan
toeging.''
Toch won hij twee keer de Ronde van Vlaanderen (1969 en 1975) en drie keer
Parijs-Roubaix (1968, 1970 en 1973). Hij spreekt over de Parijs-Roubaix van
1970 als één van zijn mooiste overwinningen. Het was hondenweer die dag, de
kannibaal was in zijn element en reed al zijn rivalen uit het wiel.
In de finale wisselde hij nog drie keer van fiets. ,,Hij won met vijf minuten
verschil, een groots moment in zijn carrière.''
Voor de Zeeuwen, eigenlijk alleen verwend door de vroegere successen van Jo de
Roo en Jan Raas, kwam er in die jaren een winnaar uit een onverwachte hoek.
Eddy Merckx vertelt: ,,We gaven in de Ronde van Vlaanderen van 1974 te veel
ruimte aan Kees Bal, die in de vorm van zijn leven was. De Belgen keken naar
elkaar en wilden zich niet opofferen.''
Kees Bal bleef vooruit en won zijn eerste en enige grote wedstrijd.
Ik ben benieuwd of Johnny Hoogerland morgen ook al in staat zal zijn om bij de
stoere mannen in de Hel van het Noorden te horen. Het karakter van een
Flandrien heeft hij in elk geval.














