TERNEUZEN - Het is gewoon te veel van 'het goede', alle nieuwe natuur- en recreatie-ontwikkelingsprojecten. Het is dan ook geen wonder dat het verzet groot is in Zeeuws-Vlaanderen. Het zou geen kwaad kunnen wat water bij de wijn te doen.
Zie ook:
Zet het eens op een rijtje wat in Zeeuws-Vlaanderen gebeurd is en staat te
gebeuren op het gebied van 'natuurontwikkeling', al dan niet gekoppeld aan
recreatie. De ecologische hoofdstructuur, het landelijke netwerk van
(nieuwe) natuurgebieden, heeft door de hele regio zijn sporen getrokken.
Eerlijk is eerlijk, op een aantal plekken - Canisvliet bij Westdorpe en het
Eiland van De Meijer bij Spui - pakte dat niet slecht uit. Maar waarom moest
de Braakmanweg door het nieuwe natuurgebied Braakman-Noord richting Dow
eerder dit jaar zo nodig op slot, terwijl dé alternatieve route vanuit
West-Zeeuws-Vlaanderen richting Dow via een vernieuwde, veel meer
verkeersveilige N61 over enkele jaren pas gereed is? Had er dan niet nog
even gewacht kunnen worden?
Nog zoiets, de Staats-Spaanse linies hebben stukjes Zeeuws-Vlaanderen op hun
kop gezet. Op plekken waar niemand vermoedde dat er iets bijzonders is
geweest, verrezen voor het oog 'opeens' hoge aarden wallen. In de
Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) dienden deze vestingwerken een doel en nu
zouden ze meer in cultuurhistorie geïnteresseerde toeristen naar
Zeeuws-Vlaanderen moeten lokken.
De Staats-Spaanse linies - zie de 'dijk' ten zuiden van IJzendijke - zijn
echter zo gekunsteld teruggebracht in het landschap dat ze als attracties
nauwelijks serieus te nemen zijn.
De ecologische hoofdstructuur en de Staats-Spaanse linies zijn 'klein bier'
vergeleken met grote projecten in Zeeuws-Vlaanderen: het
natuur-recreatie-ontwikkelingsproject Plan Perkpolder, de ontpoldering van
de Hertogin Hedwigepolder, de uitbreiding van het Zwin en het
natuur-recreatieplan Waterdunen.
Al deze plannen komen in korte tijd op de regio af, waarbij het verzet tegen
het (gedwongen) onder water zetten van land in de Hedwigepolder als een
vliegwiel werkte. Dit project is politiek het zwaarst beladen, terwijl het
Plan Perkpolder - ook met ontpoldering - opvallend genoeg op brede steun kan
rekenen in de Hulster gemeenteraad.
Het idee dat er in de Kop van Ossenisse iets nieuws (woningen, golfbaan,
wellnesscentrum, jachthaven) moet komen om het verlies van het veer
Perkpolder-Kruiningen op te vangen, wordt vrij algemeen onderschreven. Zelfs
een gekend tegenstander van ontpoldering Jean Paul Hageman is als raadslid
voor Groot Hontenisse voor, terwijl hij als Statenlid (voor de Partij voor
Zeeland) mordicus tegen Waterdunen is.
Het Plan Perkpolder laat zien dat Zeeuws-Vlaamse politici (en dus ook hun
kiezers) niet elke verandering afwijzen. Een teken aan de wand is ook dat de
anti-Waterdunen-partijen maart dit jaar bij de gemeenteraadsverkiezingen in
Sluis geen meerderheid haalden. Zeeuws-Vlamingen zijn dus niet zo behoudend
of negatief als wel wordt voorgespiegeld. De pleitbezorgers van de plannen
hebben daar nogal eens een handje van, om tegenstanders in een hoek te
drukken.
Terwijl het zoveel aardiger en ook effectiever zou zijn, als eens wordt
onderkend dat Zeeuws-Vlaanderen wel erg veel voor de kiezen krijgt. De
tegenstanders komen niet met alternatieven voor de verdere ontwikkeling van
het krimpende Zeeuws-Vlaanderen. Maar gun ze ook eens een overwinning. Trek
als zoenoffer één van de projecten in.
Gebeurt dat niet, dan hoeft niemand er zich over te verbazen dat
Zeeuws-Vlamingen met de provinciale verkiezingen begin 2011 nog massaler op
anti-establishmentpartijen (Partij Voor de Vrijheid, Partij voor Zeeland)
stemmen dan bij eerdere verkiezingen.



Sorteer reacties

















