De visie is het startpunt van een brede discussie over de toekomst van het onderwijs in West- Zeeuws-Vlaanderen. Daaraan doen ook onderwijsbesturen, kinderopvang en de gemeenteraad mee. In de visie van het college staat nog een aantal 'harde' uitspraken. Naast de stelling over het wegvallen van scholen in de kleinste dorpen, spreken burgemeester en wethouders bijvoorbeeld ook uit dat het verdwijnen van de kleine scholen op termijn in het belang is van de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen.
Het college erkent dat, zolang scholen boven de opheffingsnorm van 23 leerlingen blijven, sluiting in eerste instantie een zaak van de schoolbesturen blijft. Aangezien de gemeente verantwoordelijk is voor het onderhoud van de gebouwen, kan ze op dat gebied wel een vinger in de pap houden. Daarom wil het college niet meer investeren in scholen waarvan verwacht wordt dat die binnen 25 jaar (verbouw) of 40 jaar (nieuwbouw) verdwijnen.
Volgens wethouder Connie Almekinders, die de vakantievierende onderwijswethouder Jan Schaalje vervangt, is de visie bewust 'prikkelend gemaakt en sterk aangezet'. "We willen andere partijen, zoals de onderwijsbesturen, uitdagen hierop te reageren. Dan komt de discussie echt op gang, en dat is ook ons uitgangspunt." Dat wil niet zeggen dat de standpunten van het college veranderen. "De krimp dwingt ons te kijken naar de lange termijn. We moeten er tijdig bij zijn als we daar een passend antwoord op willen vinden."
De directies van de West-Zeeuws- Vlaamse basisschoolbesturen Escalda en Scoba konden gisteren wegens de meivakantie niet reageren op de visie. Wel maakten ze de laatste tijd herhaaldelijk duidelijk dat sluiten van kleine scholen wat hen betreft geen vanzelfsprekendheid is.


Sorteer reacties
















