GRIETE - Op 1 oktober 1795 werd Zeeuws-Vlaanderen ingelijfd door keizer Napoleon Bonaparte, die bij Terneuzen een marinehaven en arsenaal wilde aanleggen.
Hij presenteerde de tekeningen in 1805.
Er moest een buitenhaven,
binnenhaven en achterhaven worden aangelegd. Op de kaden zouden arsenalen,
kazernes, magazijnen en werkplaatsen worden gebouwd. Er was ruimte voor
dertig schepen. In totaal zouden er 50.000 mensen worden ondergebracht in
wat Sint Marguerite werd gedoopt. Aan de havenwerken is wel begonnen, maar
ze zijn nooit afgemaakt. De kustbatterij, die in 1807 ter bescherming van de
haven werd aangelegd, werd twee jaar later zwaar beschadigd door geschut van
het Engelse fregat Impérieuse. Het kruitmagazijn werd getroffen en er vielen
23 doden. Maar er wordt ook gesproken over 80 tot 150 doden. Edwin Hamelink
van de Heemkundige Vereniging Terneuzen heeft overigens maar zes
slachtoffers kunnen traceren in de Burgerlijke Stand van Terneuzen.
Het oorlogstreffen leidde tot een aardig volksverhaal, opgetekend in het
Zeeuwsch Sagenboek uit 1933. Citaat: 'Een bom viel op het kruitmagazijn aan
de Griete, een geweldige ontploffing en alles vloog in de lucht. Nu zijn er
menschen, die 's avonds niet voorbij die plaats durven gaan, omdat ze nog
steeds het kermen van de gewonden meenen te horen.' Om van het doodsgereutel
van de paarden maar niet te spreken.














