Het duurde een kleine eeuwigheid voor die motie in stemming werd gebracht. De strekking van de bestuursuitspraak werd diverse malen aangepast, op aandringen van het dagelijks bestuur. Dat vreesde namelijk dat een nadrukkelijke uitspraak van het algemeen bestuur tegen Waterdunen ook zo leiden tot het afstemmen van de kustversterkingsplannen voor West- Zeeuws-Vlaanderen. Een project dat bijna 200 miljoen euro vergt en waarvoor het schap 146 miljoen aan subsidies kan krijgen.
Gezworenen Karel Martinet en Luc Mangnus en dijkgraaf Wybe de Graaf drukten de hoofdingelanden op het hart de kustversterkingsplannen intact te laten. Martinet voerde voorts aan dat het algemeen bestuur van het schap zijn boekje te buiten ging als de motie tegen het plan Waterdunen zou worden aangenomen. "Het schap heeft over dat plan niets te zeggen. Het is een project van de gemeente Sluis, de provincie, de Molencategroep en het Zeeuws Landschap. Wij zijn geen stakeholder", betoogde Martinet vergeefs.
Ook hoofdingeland Ko van Schaik benadrukte dat het schap als functionele democratie zich niet hoorde te bemoeien met zaken van de algemene democratie (gemeente en provincie). Na enkele chaotische schorsingen werd de motie in
afgezwakte vorm in meerderheid aangenomen.




















