Het waterschap heeft dijkbewaking (fase2) ingesteld rond de Oosterschelde. De kering wordt in dit stadium niet gesloten. ANP Photo
Dat staat althans voor Joost Schrijnen, programma-directeur van Zuidwestelijke Delta, als een paal boven water.
Tijdens een symposium vrijdag ter ere van tien jaar Watersnoodmuseum én het afscheid van directeur Jaap Schoof schetste Schrijnen de mogelijkheden die hij ziet. Hetgeen varieert van wonen op de Brouwersdam tot het uitnutten van het getijde als energiebron. Hij verwees daarbij naar de plannen voor het realiseren van een getijdecentrale. Een prima plan in zijn visie. ,,De Delta kan een productiegebied voor energie worden'', aldus Schrijnen. Hij pleitte verder voor een andere omgang van de mens met het water. ,,We moeten van leegroven van de zee naar het kweken in de zee. We moeten de zee leren zien als nieuwe landbouwgrond. Zilte landbouw en aquacultuur. Koester het zoet en ontwikkel het zout'', riep Schrijnen zijn toehoorders in het watersnoodmuseum op.
Het is volgens Schrijnen ook de hoogste tijd om de waterwerken te gaan 'nuanceren'. ,,De Delta is nu een aquarium, een gesloten systeem. Daar moeten gaten in waardoor het getijde terugkomt om de Delta gezond te maken en te houden." Siebe Weide, directeur van de Nederlands Museum Vereniging schetste in zijn inleiding de toekomst van het museum. Cruciaal is en blijft de plaats ervan. ,,Twee zaken maken dit watersnoodmuseum uniek; de ontmoeting met de spullen en de fysieke plek waar meerdere mensen tegelijk die ontmoeting hebben. Die unieke kenmerken worden de komen eeuw alleen maar sterker'', voorspelde Weide.
Wat naar zijn stellige overtuiging een nog belangrijker rol gaat spelen in musea is de beleving. ,,Dat krijgt een centrale positie in ieder museum. Massaal ergens naar toe gaan, het echt zien, aanraken en ondergaan. Dat is wat men meer en meer zal willen. Daarbij mogen alle technieken gebruikt worden. Zolang men het echte, het tastbare en het pure kan doorgronden."
Journalist Kees Slager ziet een belangrijke rol weggelegd voor oral history in de vorm van persoonlijke verhalen, maar dan aangekleed met geur, achtergrondgeluid en voorwerpen die bij het verhaal passen. Slager: ,,Het kan wel degelijk, Neem bijvoorbeeld de noodzender waarmee in Zeeland twee mannen probeerden de buitenwereld te bereiken. Minstens een van die twee mannen leeft nog. Dus het authentieke verhaal is er nog, en dat kun je de bezoeker aanbieden."


Sorteer reacties
























