Watergebouw spooremplacement Vlissingen (1873), 2009 aangemeld; Heemschut en Industrieel Erfgoed in actie, krijgt nieuwe bestemming.
Weegbrughuisje Sint-Philipsland.
Transformatorhuisje Groede - eind 2008 aangemeld; Bond Heemschut neemt het eind 2010 over van Delta, restauratie voorzien dit jaar.
Het behoud van het wateropslaggebouw aan de Edisonweg in Vlissingen. Dat kun je een succes noemen. En de restauratie van de kroonlijst van het woonhuis van Jacob Cats in Middelburg. Er staan nu steigers, zodat je mag verwachten dat de ernstig verwaarloosde gevelversiering er straks weer spic en span uitziet.
Maar er zijn ook tegenvallers. De sloop van twee monumentale huizen, vorig
jaar in de Nassaustraat in IJzendijke, doet nog steeds pijn.
Marinus van Dintel zegt het voorzichtig. Succes en falen liggen in de
erfgoedsector dicht bij elkaar. Hij is het gezicht van het Meldpunt Erfgoed
Zeeland, dat nu twee jaar functioneert. Meldpunt, dat wil zeggen: iedereen
in Zeeland die denkt een bedreigd of verwaarloosd stukje erfgoed te zien,
kan dat aan hem kenbaar maken. Het mag gaan om grote objecten als huizen,
boerderijen, kerken, schepen. En om kleinere als grenspalen en duikers onder
wegen en dammen. Dat je bedreigd of verwaarloosd erfgoed kunt melden, dat is
de afgelopen jaren goed begrepen, zegt Van Dintel. Het eerste jaar kwamen er
ruim negentig meldingen bij hem binnen. Het tweede jaar 53. Nee, voegt hij
er meteen aan toe, het is niet de bedoeling om elk jaar meer meldingen te
krijgen.
Het Meldpunt is een doorgeefluik. Van Dintel heeft elf organisaties achter
zich staan, die zich inzetten voor het behoud van gebouwd en landschappelijk
erfgoed. Het zijn verenigingen en stichtingen, die zich toeleggen op het in
stand houden van onder meer boerderijen, kerken, molens, bunkers, monumenten
en industrieel erfgoed. Meestal gaat het om bouwsels, die karakteristiek
zijn voor Zeeland. Daarmee kom je direct aan de bestaansreden van het
Meldpunt Erfgoed Zeeland. De achterliggende gedachte is natuurlijk dat
behoud van wat onze ouders en voorouders hebben nagelaten, bijdraagt aan een
leefomgeving waarin we ons thuis voelen. En dat je dus altijd ervaart: hé
dit is typisch Hulst, of Middelburg, of Zierikzee.
Of erfgoed kan overleven, is volgens Van Dintel van meerdere factoren
afhankelijk. Ten eerste is de daadkracht en het enthousiasme van het
gemeentelijk bestuur van belang. Dat wil in Zeeland nog wel eens
verschillen. Middelburg en Borsele - met veel agrarisch erfgoed - staan in
de boeken van het Meldpunt met een plusje genoteerd. Schouwen-Duiveland
heeft weliswaar een monumentenlijst, maar voert geen actief beleid.
Terneuzen stond jarenlang slecht bekend, maar heeft sinds kort een eigen
monumentenlijst die als voorbeeld kan dienen voor Hulst en Sluis. Want in
die gemeenten kan nog wel wat worden verbeterd. Afbraak van twee woningen in
IJzendijke - één uit 1898 en één van rond 1600 - had nooit mogen gebeuren.
Zegt Van Dintel. Tot overmaat van ramp zijn de woningen niet gedocumenteerd
voor ze aan de slopers werden overgeleverd.
Wat verder telt bij instandhouding is de vraag of het oude pand of object een
nieuwe functie kan krijgen.
In de Randstad worden oude boerderijen en woningen massaal opgekocht door een
relatief kapitaalkrachtig publiek. In Zeeland is dat geld veel minder
aanwezig.
Waarmee maar gezegd is: melden staat niet gelijk aan redden. Maar het Meldpunt
kan wel bogen op mooie successen. Van Dintel zal nooit vergeten dat er
anderhalf jaar geleden een kraker aan de balie van zijn kantoor in
Middelburg stond. Die vroeg hem of hij wist dat de slopers al hekken hadden
gezet rond het oude wateropslaggebouw van Vlissingen. De kraker had zich een
paar dagen eerder in het gebouwtje geïnstalleerd. Dankzij die melding staat
de wateropslag van het voormalige spoorwegstation Vlissingen-Stad nog steeds
fier overeind. Van het transformatorhuisje van Delta in Groede kan hetzelfde
worden gezegd. Nog een gulle subsidiegever, en de restauratie kan daar
beginnen.
Het laatste jaar zijn er ook enkele duikers onder wegen en oude tramlijnen
aangemeld. De duiker in de Olmendijk bij Philippine spreekt tot de
verbeelding. Half op Nederlands, half op Belgisch grondgebied, gebouwd in
1834. Ooit was het kunstwerk schuilplaats van de Belgische verzetsheldin
Gabrielle Petit (1893-1916). Dat bleek een extra reden om de slopers op
afstand te houden.































