Operationeel directeur Ad Louter van Delta met de maquette aan de hand waarvan hij in huiskamerbijeenkomsten uitlegt waar de tweede kerncentrale is geprojecteerd. foto Lex de Meester
In de aanloop naar het energiedebat publiceren wij een serie achtergrondartikelen en stellen wij de panelleden van het debat voor. Vandaag deel 2.
Met een kloeke koffer en een zak bolussen is Ad Louter de komende tijd op pad.
De operationeel directeur van energiebedrijf Delta presenteert tijdens
huiskamerbijeenkomsten aan wie het maar wil de plannen voor een tweede
kerncentrale. In de koffer een maquette van de nucleaire hoek van het
Sloegebied. De bolussen zijn als dank voor de gastvrijheid. Nee, Delta wil
er niemand mee lijmen. Louter: "Het gaat om de feiten. Onwetendheid
leidt tot angst."
Een jaar geleden presenteerde Delta zijn plannen voor een tweede kerncentrale.
Met een eisenpakket. De nieuwe nucleaire stroomfabriek moet een broer van de
bestaande kerncentrale Borssele zijn. Dat wil zeggen, ook met een
drukwaterreactor als hart. Maar dan wel van de derde generatie. Die wordt
gekenmerkt door een verbeterde reactorveiligheid en passieve en elkaar
aanvullende veiligheidsystemen.
Louter: ,,Het gaat erom dat de menselijke factor bij incidenten nagenoeg
wordt uitgesloten en in onvoorziene omstandigheden wordt opgevangen. Zelfs
als alle systemen falen - dat is een kans kleiner dan één keer in de miljoen
jaar - moet de reactorkern veilig worden gesteld.'' Andere eisen: het
ontwerp van de centrale moet gecertificeerd en gestandaardiseerd zijn en
moet ergens in aanbouw zijn. Zo wil Delta voorkomen dat tijdens de bouw
leergeld wordt betaald.
In West-Europa zijn momenteel twee kerncentrales in aanbouw: in Flamanville
in Frankrijk en in Olkiluoto in Finland. Net als het door Delta gewenste
type zijn het drukwaterreactoren. Naast deze twee zijn acht centrales met
dezelfde soort reactor in aanbouw in China, in de Verenigde Staten staat de
bouw van vier stuks op het punt te beginnen en er zijn plannen voor acht
ervan in het Verenigd Koninkrijk, vier in Italië en twee in India.
Louter gaat ervan uit dat al minstens tien centrales met een drukwaterreactor
van de derde generatie in bedrijf zullen zijn voordat die van Delta in
bedrijf komt. "Dat is een plezierige positie. Tegen die tijd is er
zoveel ervaring mee opgedaan dat bouwtijd en kosten goed in de hand kunnen
worden gehouden."
Dat is bij de nieuwe centrales in Flamanville en Olkiluoto geen sinecure
gebleken. Beide zijn van het EPR- ontwerp (de Engelse afkorting van Europese
drukwaterreactor) van de Frans-Duitse combinatie Areva NP. De bouw van de
twee centrales heeft vertraging opgelopen (in Finland zelfs drieënhalf jaar)
en de aanvankelijke kostenramingen zijn fors overschreden. Louter wekt niet
de indruk dat hij daar wakker van ligt. ,,Je kunt je afvragen of de
inschattingen over kosten en bouwtijd wel reëel waren. Er is bijvoorbeeld
uitgegaan van 3,5 miljard euro aan bouwkosten. Wij rekenen met 5 miljard. En
met een bouwtijd van vijf jaar."
Areva is in elk geval een van de twee centralebouwers die Delta na een
pre-kwalificatie procedure heeft uitgenodigd een aanbieding te doen voor een
EPR met een vermogen van 1.650 Megawatt (MW). Ter vergelijking: de bestaande
kerncentrale Borssele heeft een vermogen van 485 MW. De andere is de
Amerikaanse onderneming Westinghouse die een drukwaterreactor heeft
ontworpen die als AP1000 door het leven gaat. Het vermogen van deze centrale
is 1.200 MW. Kenmerkend verschil tussen beide ontwerpen is de vorm van het
reactorgebouw. De EPR heeft een bol; de AP1000 heeft wat weg van een
melkbus. Westinghouse heeft een modulaire bouwmethode ontwikkeld, waaraan de
zware kraan te pas komt. Dat maakt de bouw van één AP1000 duurder, waardoor
het financieel aantrekkelijk is meteen voor twee reactoren te kiezen; 2.400
MW dus. Die opwekkingscapaciteit past mooi binnen de grens die Delta in het
milieueffectrapport voor de tweede kerncentrale heeft gesteld: 2.500 MW.
Wat het ook wordt, een EPR of twee keer een AP1000, als locatie is een plek
gekozen tussen de bestaande kerncentrale en het opslagcentrum van
radioactief afval Covra, aan de noordkant van de Europaweg. Dat is zo
afgestemd met havenschap Zeeland Seaports en de gemeente Borsele. De locatie
is 1.500 meter uit de rand van de bebouwing van het dorp Borssele
verwijderd; verder dan de bestaande kerncentrale. Er is nog een voordeel.
Koelwater kan uit de nabijgelegen Kaloothaven worden gehaald en na gebruik
in de Westerschelde worden geloosd. Louters koffermaquette met een losse EPR
en een los AP1000-duo is bedoeld om duidelijk te maken hoe dat er in het
industriële landschap uit zal zien. Aan wie maar wil.


Sorteer reacties
















