Vraag het Zeeuwse politici en ze beginnen meteen te hameren op het belang van Zeeuwse Kamerleden voor de provincie. Toine Poppelaars, oud-provinciebestuurder en nu hoofd van het waterschap, haalt het voorbeeld van de N61 aan.
Zeeuwse Kamerleden kunnen Zeeuwse kwesties rechtstreeks aan de orde stellen, zegt ook Jaap van der Doef, oud-Kamerlid voor de PvdA. "In mijn periode, in de jaren tachtig, was het probleem van scheepswerf De Schelde nog volop aan de orde. Daarbij was het van belang dat je er dicht op zat. Ik had regelmatig contact met de directie en de vakbonden en dat heb ik als een groot voordeel beschouwd, maar er zijn natuurlijk ook kleinere problemen die je in de regio signaleert. Het gaat erom dat mensen weten dat Kamerleden de problemen aanvoelen en zorgen dat ze goed over tafel komen in Den Haag. Dat is wat burgers willen. En daarvoor is het van belang dat een Kamerlid in de regio woont."
Van der Doef verhuisde zelf in 1982 vanuit Utrecht naar Zeeland omdat de PvdA hem Zeeland toebedeelde. Dat gebeurt vaker, vertelt VVD-bestuurder Willem Ginjaar. "We hebben geen eigen Kamerleden, maar we hebben er een paar aangewezen gekregen. En die doen het prima, Helma Neppérus heeft zich bijvoorbeeld uitstekend ingezet tegen de ontpoldering van de Hedwigepolder, maar het is toch anders als iemand hier niet woont. Als er majeure dossiers aan de orde zijn, zoals de kerncentrale, is het lastig om zo'n dossier onder de aandacht te houden."
Het is, volgens oud-Kamerlid Jan te Veldhuis, aan de lobby van Zeeuwen te danken dat er een weg op de Oosterscheldekring ligt. "Minister Smit-Kroes had daar geen geld meer voor. Huib Eversdijk was toen Kamerlid voor het CDA en ik voor de VVD. Je moet weten dat CDA en VVD toen samen een meerderheid hadden. We hebben toen afgesproken dat we beide in onze fracties zouden pleiten voor de aanleg van die weg. Door te zeggen dat Eversdijk in zijn fractie er de handen voor op elkaar kreeg en hij hetzelfde zei over mij, is die weg er gekomen."
In die tijd overlegde het provinciebestuur regelmatig met de Zeeuwen in Den Haag. "De laatste jaren is dat wat versloft", zegt Poppelaars. Dat, en het vooruitzicht dat er straks misschien nog maar één Zeeuw in de Kamer zit, maakt de noodzaak van een Zeeuwse lobbyist nog groter dan eerst, vindt hij. "Ad Koppejan is er maar één, en hij vertegenwoordigt maar één partij. Vroeger dacht ik daar anders over, maar ik denk dat een lobbyist goed werk kan verrichten voor Zeeland."
De Zeeuwse overheden hebben besloten om die lobbyist samen in te huren, zegt commissaris van de koningin Karla Peijs. "Het is voor de provincie ongelofelijk belangrijk dat er iemand achter Zeeuwse zaken aangaat. Ik denk dat wij - door het gebrek aan Zeeuwse Kamerleden - wat minder aandacht krijgen dan andere regio's. En dat niet alleen: als ik zie wat voor beeld er bestaat over Zeeland, vraag ik me wel eens af of mensen hier wel eens komen."



Sorteer reacties
















