Ontpolderen omwille van natuurherstel is voor velen op zichzelf al een lastig te verteren kwestie; de Vlaamse belangen maken elk besluit over de toekomst van de Westerschelde nog ingewikkelder.
Er is het verdrag uit 1839, waarop de Vlamingen nog aanspraken op aanpassing van de vaargeul blijven baseren.
En er is het besef dat elke ingreep in het Nederlandse of Vlaamse deel van het Schelde-estuarium gevolgen aan de andere kant van de landsgrens heeft.
Steen des aanstoots aan de boorden van de Westerschelde was de afgelopen jaren de Ontwikkelingsschets 2010 waarin de derde verdieping en natuurherstelprojecten zijn afgesproken.
Het werk is inmiddels begonnen, op de ontpoldering van de Hertogin Hedwigepolder na. De kant die het vervolgens met het Schelde-estuarium op moet gaan, is aangeduid in de L
angetermijnvisie die tot 2030 reikt. Het is de bedoeling dat die in de periode tot 2015 wordt beoordeeld en bijgesteld aan de hand van een evaluatie van de ontwikkelingsschets en als onderdeel van het zuidwestelijke deltagebied in het Nationaal Deltaprogramma wordt opgenomen. Daarbij zal ernaar worden gestreefd de commotie en de negatieve energie te neutraliseren die nog steeds uit de Westerschelde-discussie van de afgelopen jaren voortvloeit.
Die gevoelens van onbehagen zijn vooral terug te voeren op het feit dat Antwerpen in een ander land ligt.
Hoorden Zeeuws-Vlaanderen en Midden-Zeeland bij België of Antwerpen bij Zeeland, dan zou de economische winst van zo'n drukke scheepvaartroute waarschijnlijk al meer zijn verspreid.
Een oplossing kan zijn de welvaart die de economische functie van de Westerschelde oplevert, beter ten goede te laten komen van de Zeeuwen. Dit is een opgave die Vlaanderen en Nederland samen moeten oppakken.
Dit is het laatste deel van een serie over het Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta de komende maanden aan bestuurders, belangenorganisaties en individuele inwoners wordt gepresenteerd.
www.zwdelta.nl


Sorteer reacties
























