De Stationsbrug in Middelburg werd in 2007 door lezers van deze krant aangewezen als het gevaarlijkste punt in Zeeland. In 2006 kwam een fietster onder een vrachtwagen. De gemeente paste de situatie aan. Met de opening van een aquaduct in de N57, zijn auto's taboe op de brug. foto Mechteld Jansen
Sindsdien is een hoop in het voordeel van de weggebruiker veranderd, stelt Huysse vast. Kwam een weg aanvankelijk bij jaarlijks elf of meer ongevallen met slachtoffers op de zwarte lijst, later is dat bijgesteld naar zes. "Nu halen we zelfs dat bijgestelde aantal niet meer, ook al blijft er infrastructureel nog genoeg te wensen over."
Zo zou het ROVZ het toejuichen wanneer de voorrangsregels op rotondes in Zeeland overal hetzelfde en dus voor iedereen een stuk duidelijker zouden zijn. Nu variëert dat nog per gemeente en soms zelfs ook per locatie. Rhebergen: "Dat soort uniformiteit is in verkeersveiligheidsland moeilijk af te dwingen. Er bestaat geen wet die tot in detail voorschrijft hoe een lokale overheid een weg moet aanleggen. Dat gebeurt op basis van richtlijnen."
Hij heeft ook wel een verklaring waaróm dat niet bij wet wordt geregeld: "Stel bijvoorbeeld dat het regel wordt dat fietsers binnen een rotonde overal voorrang hebben, dan moet het Rijk meebetalen aan de aanpassing van alle plekken waar dat nu nog niet zo is. Daardoor zijn in het verleden al vaker plannen niet doorgegaan."
Nederland geldt volgens Huysse met Zweden, Groot-Brittannië en Malta wereldwijd als één van de verkeerveiligste gebieden. Over de langere termijn vertoont het aantal ongelukken een dalende tendens. Ook in Zeeland. Eind 2008 ondertekenden gemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat en ROVZ een manifest, waarin werd afgesproken alles te zullen doen om in 2020 hier het aantal 'vermijdbare ongevallen' te hebben teruggebracht tot nul. 'Bijna onmogelijk', zegt Huysse eerlijk. "Het laaghangend fruit is geplukt, dus moeten we met elkaar ons uiterste best doen steeds hoger te reiken. Dat wordt dus iedere keer een beetje moeilijker."
Duidelijkheid over de geldende regels en situatie kunnen een doorslaggevende rol spelen, denken Huysse en Rhebergen. "We willen niet alleen toe naar veilige snelheden, maar vooral ook naar geloofwaardige snelheidslimieten. Dat betekent goed kijken naar de inrichting van een weg en of dat klopt met het gedrag van de weggebruiker. Strookt dat niet, dan moet er ergens iets worden aangepast", vertelt Huysse. "Op rechttoe rechtaan polderwegen met goed zicht in een open landschap kun je niet om de zoveel meter een drempel neerleggen. Hoe kan je dan afdwingen dat men zich daar wel aan de juiste snelheid houdt? Dat geldt ook voor 30 kilometerzones. Je kunt aan het begin en eind van een straat wel een bord neerzetten, maar wanneer er vervolgens in diezelfde kaarsrechte straat amper een beletsel bestaat om vijftig te rijden, draagt zo'n zonering nauwelijks bij aan de verkeersveiligheid."
Maar realiseren Huysse en Rhebergen zich ook dat er niets moeilijker is dan een positieve beïnvloeding van het menselijk gedrag? Huysse wijst op de Bob-campagne, die het rijden onder invloed van alcohol verder moet terugdringen. "Als je diezelfde vraag tien jaar geleden zou hebben gesteld, had je een heel ander antwoord gehad."
Het ROVZ wil daarom zo ver mogelijk terug naar de bron en gaat zich dit jaar nog nadrukkelijker richten op de weggebruiker van de toekomst. In samenwerking met de grootste Zeeuwse autoverzekeraar ZLM, worden zogeheten trails aangeboden. Deelnemers aan zo'n programma krijgen met behulp van subsidie tegen gereduceerde prijs een slipproef in theorie en praktijk aangeboden, verklapt Huysse alvast. Het plan wordt binnenkort gepresenteerd. "Hoe je uit de berm komt, daar kan je op trainen." Het gaat echter te ver om een slipcursus standaard aan de rijopleiding toe te voegen, vindt Huysse. "Je moet oppassen dat je niet je doel voorbijschiet. De exameneisen zijn pas nog aangepast. Gedrag in het verkeer en inzicht zijn belangrijker geworden."



























