De Raad van State floot minister Cramer in mei vorig jaar terug. De geluidsnormen die ze voor de Zeeuwse spoorlijn had vastgesteld, deugden niet, oordeelde de hoogste bestuursrechter.
De minister had te veel winst ingeboekt voor het gebruik van geluidsarmere kunststof remblokken op goederenwagons, terwijl de ontwikkeling daarvan zich nog maar in experimentele fase bevinden. Daardoor is de precieze geluidsvermindering niet vast te stellen.
Zodoende konden ook geen hogere geluidswaarden voor woningen langs het spoor in Goes worden bepaald. De minister had die waarden opgetrokken met het oog op de toename van het goederenvervoer op de Zeeuwse lijn. Daarbij had ze tevens maatregelen getroffen om overlast te beperken, onder meer het gebruik van kunststof remblokken op wagons.
De Raad van State stelde dat de minister binnen zes maanden met een nieuw besluit moest komen. In dat besluit herriep minister Cramer de eerdere geluidswaarden en overlast beperkende maatregelen. Ze liet tijdelijke maatregelen in stand, waaronder een lagere snelheid voor goederentreinen.
De Kloetingenaar tekende beroep aan. De minister had meteen nieuwe normen en maatregelen moeten vaststellen. Bovendien vond hij het onjuist dat ze de goederentreinen op de Zeeuwse lijn gedoogde zonder enige voorwaarde.
De Raad van State verwerpt dat bezwaar: zes maanden waren voor de minister te kort waren om nieuwe geluidswaarden en maatregelen vast te stellen, omdat railbeheerder Prorail nog geen nieuw geluidsonderzoek had gedaan en saneringsprogramma had gemaakt. Cramer neemt in december dit jaar een nieuw besluit.



Sorteer reacties
























