Tenminste dat schreef hij verschillende keren. Nu zei hij wel meer dingen
die hij in werkelijkheid niet meende. Maar het heeft er alle schijn van dat
zijn antipathie jegens de stad aan de Westerschelde echt was. Of zoals hij
in een van zijn korte verhalen schreef: "Want ik haatte mijn stad om
alle vernederingen, pesterijen en verschrikkingen die er in mijn jeugd
hebben plaatsgevonden."
Toch was hij wel over te halen af en
toe eens een bezoek aan Vlissingen te brengen. Dat weet Aarnout de Bruyne
uit Vlissingen zich nog goed te herinneren. Hij was destijds docent aan het
Scheldemondcollege en de leerlingenvereniging van die school hield
regelmatig culturele bijeenkomsten, zoals lezingen. In 1977 viel de keus op
uitgever en schrijver Geert van Oorschot en het was aan De Bruyne om hem een
brief te schrijven met een uitnodiging.
Het duurde vrij lang eer er
antwoord kwam, herinnert De Bruyne zich nog. Maar Van Oorschot kwam en De
Bruyne zou dat bezoek niet licht vergeten.
De Molenstraat liep
parallel aan mijn Slijkstraat en ze waren met elkaar door een nauwe steeg
verbonden. Ook de Molenstraat bestond aan weerszijden uit een
aaneenschakeling van krotten, die tegen elkaar aanleunden om niet in elkaar
te donderen.
Op de avond van 25 maart stond Van Oorschot ineens bij
hem voor de deur in Vlissingen. "We hadden afgesproken in het
Strandhotel want hij wilde tong eten en pils drinken. Maar hij stond dus
voor de deur. Van tevoren hadden we nog wat discussie gehad over het
honorarium voor zijn lezing. We wilden 300 gulden geven. Uiteindelijk kwamen
we er op uit dat hij in wijn betaald wilde worden 'en niet van die
goedkope', voegde hij er aan toe. Dus kocht ik vier flessen heel goede en
dure wijn. Een van de eerste dingen die hij zei, nadat hij bij ons aanbelde
was: En de wijn? Toen hij het kistje met de vier flessen zag was zijn
reactie: 'Is dat alles?' Ik geloof niet dat hij echt verstand van wijn had."
De Bruyne heeft niet echt prettige herinneringen aan het bezoek van Geert van
Oorschot. Dat heeft alles te maken met het gedrag van de uitgever/schrijver.
"Je kreeg er geen echt contact mee. Als je wat zei luisterde hij niet
en hij was voortdurend zelf aan het woord. Hij speelde een spel. Was er op
uit om te provoceren, te shockeren. We hadden sigaren gekocht, omdat hij die
rookte. Maar hij zei dat hij er geen wilde. Om er vervolgens twee te pakken
en in zijn zak te steken. Ik weet nog dat hij voor de lezing zei dat hij
niet van plan was te signeren. Dat vond hij 'walgelijk ijdel'. Nou, ik heb
nooit meer iemand gezien die zo veel signeerde en met hele lange opdrachten
er bij. De ene na de andere. Hij reed met 120 kilometer per uur over de
boulevard in zijn Mercedes, puur om te provoceren. In het Strandhotel was
hij hondsbrutaal. Hij riep met luide stem of de bediening zich een beetje
wilde haasten en waar zijn vis bleef. En uiteindelijk kregen we nog ruzie
omdat hij het er niet mee eens was dat ik de rekening wilde betalen. Dat
werd nog een hele scene. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat hij het
er allemaal om deed." Toch wil De Bruyn niet ontkennen dat Van Oorschot
als uitgever en als schrijver onmiskenbaar zijn verdiensten had. "Voor
de literaire wereld heeft hij veel gedaan. Hij heeft ook hele mooie uitgaven
gemaakt."
En wat heeft men aan het memoreren van de Paul
Krugerstraat, als ik niet vertel dat daar het door mij meest gehate, uit
gele baksteen opgetrokken gebouw staat, dat ik nog altijd in mijn dromen in
brand steek of met de grond gelijkmaak, die vervloekte Hogere Burgerschool,
waar ik vijf lange jaren spitsroeden heb gelopen, omdat we arm en trots en
koppig en socialist waren.
Volgens voormalig boekhandelaar Peter
Bikker uit Vlissingen heeft Van Oorschot die haat jegens Vlissingen de
laatste jaren erg gecultiveerd. In de omgang merkte je daar niets van,
vertelt Bikker.
,,Hij was een overheersend type. Wat hij zei was
waar. Niet echt sympathiek. Er was ook niets met hem te regelen, als je eens
een paar boeken terug wilde sturen, zoals dat bij andere uitgevers wel
gebeurde. Gekocht was gekocht. Hij was ook zo overtuigd van de kwaliteit van
zijn eigen producten. Hij had ook bijzondere uitgaven. Die Russische
bibliotheek was natuurlijk een mijlpaal in het Nederlandse boekengebeuren.
En hij had ook boeken waar je niet omheen kon, zoals Hermans. Ach je moest
hem een beetje kennen."
Van Oorschot heeft de bewuste avond
van de lezing in Vlissingen beschreven in het verhaal 'Een causerie' uit de
bundel 'De man met de urn'. Aarnout de Bruyne realiseert zich dat Van
Oorschot een spel speelde. Een soort toneelstuk, waarin hij zelf de absolute
hoofdrol vertolkte.
"Je wist niet of hij echt boos was of dat
het een spel was. Ik weet nog wel dat hij aan het eind van de avond van die
lezing in Britannia, alleen naar zijn auto liep. Een oude eenzame man na
zijn act, een beetje voorover gebogen. Zonder publiek. Op dat moment speelde
hij geen rol, was hij zichzelf. Het was gewoon triest om hem zo te zien."
Buiten woei een strakke zeewind. De motregen had opgehouden. Ik liep naar de
zeedijk waar ik mijn automobiel had laten staan.



Sorteer reacties
























