Traditionele zeilschepen bij het Goese Sas tijdens de jaarlijkse bietenrace. Door privatisering van jachthavens kunnen schepen van de bruine vloot op steeds minder plaatsen aanleggen. foto Dirk Jan Gjeltema
De beroepszeilers in Zeeland hebben het moeilijk. Te weinig schepen om echt een vuist te maken, te veel sentiment om er helemaal mee op te houden.
De infrastructuur voor grote charterzeilschepen is in Zeeland dramatisch, de
vloot is eigenlijk te klein om maatregelen af te dwingen en er wordt, als
gev0lg, te weinig verdiend. Dat zijn, kort samengevat, de problemen waar de
schippers van de Zeeuwse bruine vloot mee te maken hebben. Om die problemen
beter onder de aandacht te brengen, is een aantal individuele schippers
bezig met de oprichting van een platform waarin zij voor elkaars belangen
opkomen.
Het grootste probleem, volgens de Zierikzeese schippers
Johan Nieuwenhout en Sylvia Gross, is het gebrek aan geschikte ligplaatsen.
Samen sommen ze op: "Op het Veerse Meer kunnen we eigenlijk nergens
meer liggen, de havens in Bruinisse en Zierikzee zijn gedateerd, bij Neeltje
Jans (betonhaven) is geen ligplaats meer, Katseveer is onveilig, Kats mogen
we niet in, en we vrezen dat we Scharendijke ook niet meer in mogen als de
haven geprivatiseerd is. Onze grote angst is dat we straks alleen nog maar
vanaf onze vaste ligplaats heen en weer kunnen varen."
Privatisering van jachthavens is een belangrijke oorzaak voor het verdwijnen
van aanmeerplekken. Watersportverenigingen of commerciële haveneigenaars
hebben nu eenmaal weinig belang bij het faciliteren van de bruine vloot.
"Op persoonlijke titel kunnen we op veel plekken nog wel terecht",
relativeert Nieuwenhout. "De meeste schippers varen hier al jaren en
hebben een goede relatie opgebouwd met de havenmeesters. Maar je moet je
voorstellen dat je elke keer dat je je auto parkeert, eerst aan alle
omwonenden moet vragen of ze dat wel een goed idee vinden. Er is een groot
gebrek aan formele ligplaatsen met de juiste voorzieningen."
Die voorzieningen, dat zijn bijvoorbeeld water en elektra aan de wal, maar
ook zaken als parkeerruimte, toiletten en eetgelegenheden voor passagiers.
Jaap Baalbergen, directeur van de belangenvereniging voor de chartervaart
(BBZ), geeft aan dat het probleem vooral in Zeeland speelt. "De
gemeentes rond het IJsselmeer en de Waddenzee zijn, vooral de laatste vijf
jaar, gaan inzien dat het toch wel erg belangrijk is om de traditionele
charterschepen te behouden. In Enkhuizen is een nieuwe haven gemaakt en er
zijn nieuwe voorzieningen gekomen in onder meer Terschelling, Makkum,
Medemblik en Monnickendam."
Of Zeeland die ontwikkelingen ook
kan verwachten, durft Baalbergen niet te zeggen. "Het komt er op neer
interesse te wekken bij de gemeenten. Je kunt inspelen op de sentimenten,
maar ik denk dat wij ook gewoon geld in het laatje brengen. Het
uitgavenpatroon van vaste liggers in een jachthaven is laag. Onze gasten
genereren extra inkomsten voor de horeca en winkels. Gemeenten moeten zich
er bewust van worden dat dit soort schepen een aanwinst is."
"
De individuele politici die ik spreek, willen doorgaans echt wel hun best voor
ons doen", zegt Nieuwenhout daarover. "Maar ik heb soms het gevoel
dat we in een wollen deken lopen. We zijn eigenlijk ook te klein en hebben
onvoldoende middelen om ons goed te laten horen."
De Zeeuwse
gemeenten zijn zich desgevraagd wel bewust van de problemen. "Ik zou
het zonde vinden als de bruine vloot zou verdwijnen", zegt bijvoorbeeld
Piet de Putter, wethouder van toerisme in Noord-beveland. "Het is
maritiem erfgoed. Hun wensen zijn bij de gemeente bekend, en het is een van
de doelgroepen waarmee we rekening houden. Bij de herinrichting van de haven
in Kamperland kijken we bijvoorbeeld ook naar nieuwe ligplaatsen en
voorzieningen voor charterzeilschepen."



























