Voor de nazomerwandelaar is dat geen bonus in het landschap: het gaat in Zeeland om de soort met nietige besjes, de dauwbraam. De waterschappen in Zeeland hebben nog geen extra maatregelen moeten nemen om wegkanten en waterlopen vrij te houden van de warrige struiken.
Boeren hebben meer last van de overige ruigtekruiden die zich in de akkers tussen de oogstplanten uitzaaien, zoals akkerdistel, kleefkruid en grote brandnetel. Ook die nemen toe in aantal, merkten de CBS-onderzoekers. Akkerdistel met 21 procent en kleefkruid zelfs met 29 procent.
Deze soorten houden van stikstofrijke grond en de stikstof komt tegenwoordig niet meer uit de bemesting van de landbouwgrond maar uit de lucht, vertelt Chiel Jacobusse van stichting Zeeuws Landschap. "Dat is tegenwoordig nog meer dan de boeren voorheen in het milieu brachten." Hij ziet nog een oorzaak in het vele graafwerk in bermen en dijken voor de aanleg van kabels en leidingen, onder meer voor internet. De zaden van de onderzochte plantensoorten kiemen als zij bij grondverstoring aan het licht komen. Als derde oorzaak noemt Jacobusse het ecologisch bermbeheer, waarbij maaisel blijft liggen. De strooisellaag die zich na elk groeiseizoen vormt is voedingsbodem voor de ruigtekruiden.
"Natuurlijk zijn deze soorten ook broedplant voor bepaalde vlindersoorten, maar ze verdringen andere planten en verstikken gras. Daardoor verarmt de variëteit in plantensoorten in het landschap en dat is natuurlijk jammer."



















