Voor leveranciers van kleine windturbines was gisteren een spannend moment.
De bekendmaking van de eerste resultaten van het testveld bij het Technopark
in Schoondijke. Een stormachtige bijeenkomst.
Zet tien leveranciers, lees concurrenten, van kleine windturbines in een
zaal bij elkaar en je krijgt een discussie over metingen, windsnelheden en
dubieuze verkooppraatjes. Zo ook gisteren in Schoondijke waar de bijeenkomst
werd vertroebeld door onderling gekissebis tussen leveranciers.
De
Energy Ball. Levert met een windsnelheid van zeven meter per seconde
behoorlijk wat energie op en valt met een diameter van twee meter ruim
binnen de regels voor plaatsing van turbines in de bebouwde kom. Balthasar
Klimbie van Fortis Windenergie, overigens niet gelieerd aan de noodlijdende
bank, stoorde zich behoorlijk aan dit praatje van Erik Aurik van Home
Energy, de leverancier van de Energy Ball. "Je haalt geen zeven meter
per seconde in een bebouwde omgeving. Deze verkeerde verwachtingen gaan
tegen de branche in werken. Daar stoor ik me aan."
Een
collega-ondernemer mengde zich in de discussie. "Nergens in de
wetgeving staat een diameter van twee meter als voorwaarde."
Een ordinair verkooppraatje dus van Aurik. "Wij verkopen de Energy
Ball, geen wind. Wij leggen de consument alles uit", pareerde Aurik.
De wereld van de kleine windturbines is momenteel voor de gemiddelde
milieubewuste consument niet te snappen. Delta, de provincie Zeeland,
Zeeuwind, Greenlab en de gemeente Sluis besloten daarom voor het eerst ter
wereld gedurende twee jaar verschillende modellen onder dezelfde
omstandigheden te testen. In de praktijk is immers nog veel onduidelijkheid
over werking en opbrengst.
De proef startte in november vorig
jaar. De eerste resultaten zijn gemeten over een periode van april tot en
met september. Het is nog te vroeg voor een eindoordeel. De ervaringen van
de deelnemers zijn tot nu toe verschillend. Tevredenheid en teleurstelling
wisselden elkaar gisteren af.
De Montana van Fortis Windenergy
scoort qua opbrengst weliswaar het hoogst maar vergt wel een investering van
ruim achttienduizend euro. De Energy Ball staat voorlopig op de laatste
plaats maar is wel het goedkoopst (ruim vierduizend euro). De duurste kost
bijna veertigduizend euro.
Waar alle leveranciers last van hadden,
was de tegenvallende windsnelheid. De windmeter noteerde gemiddeld 3,5 meter
per seconde terwijl zes meter was verwacht. CFC, deelnemer met twee
turbines, overwoog de handdoek in de ring te gooien. "Voor ons een
zinloos project. "Je hebt vijf meter per seconde nodig voor een gunstig
bedrijfseconomisch resultaat. Afbreken en wegwezen dus. We blijven echter
wel omdat de komende wintermaanden meer wind wordt verwacht."
Kristof de Bock van Aquasolar was in zijn nopjes. Zijn Skystream overtrof de
verwachtingen. Hij gaf wel een waarschuwing aan de consument. "De stad
Antwerpen is bezig met nieuwe wetgeving. Een turbine in deze stad mag
waarschijnlijk niet hoger dan tien meter zijn. Als dat zo is, raad ik de
consument aan voor zonne-energie te kiezen. Een turbine lager dan vijftien
meter levert gewoonweg te weinig op."
De geluidsproductie van
de elf deelnemende kleine turbines lijkt laag te zijn, maar er zijn nog
onvoldoende gegevens beschikbaar om tot een afgewogen oordeel te komen. Er
is meer tijd nodig om bij alle weersomstandigheden representatieve metingen
uit te voeren.
Het geluid van windmolens is en blijft voorlopig een
discussiepunt. Ook gisteren verschilden de mening. Een leverancier vond dat
de Turby van zijn concurrent nogal wat herrie maakt. "Een
vleugelslagachtig geluid", legde de man van Turby bv uit. De Turby
staat onder meer op de stadhuizen van Leeuwarden en Almelo. In beide
gevallen klaagden omwonenden over geluidsoverlast. "Maar als je iets
wilt horen, dan ga je het ook horen", nuanceerde de man van Turby. "
Een bromfiets of twee lopende mensen in de avonduren maken meer geluid."
En zo is er nog heel wat te onderzoeken voordat de milieubewustte consument
weloverwogen kan kiezen. "Die wil weten hoeveel de installatie kost,
wat die opbrengt en hoeveel geluid het maakt", aldus
windmolenonderzoeker Sander Mertens. "Daarom moeten we met de branche
naar een certificering om de slag te maken naar een volwassen product. Dan
hoeven we niet meer te gissen of af te gaan op mooie verhalen van de
fabrikant."















