De actievoerders verschaffen zich met snijbranders toegang. Dat blijft - ondanks dat de bunker achter geboomte en struweel schuilgaat - niet onopgemerkt. De Goese politie houdt die nacht drie Onkruit-leden aan. De overige zeven verschansen zich achter een stalen kneveldeur die alleen van binnenuit te openen is.
Een stevige deur, want ze moet in geval van oorlog de provinciale militaire commandant in Zeeland en zijn staf van de boze buitenwereld afsluiten, zodat ze kunnen regelen wat in zo'n situatie geregeld moet worden. Dat is in 1982 - een jaar na het aantreden van Ronald Reagan als president van de Verenigde Staten - allerminst denkbeeldig. De nucleaire wapenwedloop tussen Oost en West heeft een nieuw hoogtepunt bereikt.
In de uit twee verdiepingen bestaande commandobunker liggen documenten met richtlijnen over wat een provinciale militair commandant en zijn staf in oorlogsomstandigheden hebben te doen. Geen grote geheimen, maar toch van voldoende belang om de militaire autoriteiten knap zenuwachtig te maken, nu een zich tegen voorbereidingen voor een eventuele kernoorlog verzettende actiegroep in de bunker zit. De documenten zijn binnen weliswaar goed opgeborgen, maar je weet maar nooit wat dat Onkruit-gespuis uitspookt. Een bewakingscompagnie rukt aan om het bunkerterrein af te zetten en een rechercheur van de Koninklijke Marechaussee maakt foto's van het toegestroomde publiek. Het wachten is op een eenheid van de brigade speciale beveiligingsopdrachten van de marechaussee. Die arriveert halverwege de middag, dertig man sterk, uitgerust met snijbranders, breekijzers, bijlen, koevoeten en houwelen. De stalen deur bezwijkt en de actievoerders worden ingerekend. Ze moeten zich uitkleden en in door de marechaussee meegebrachte overalls steken. Eén voor één worden ze afgevoerd, hun kleding in een vuilniszak. Wanneer ze worden weggereden heffen medestanders in het publiek de Onkruit-leus aan: "Geen man, geen vrouw, geen cent voor het leger." Volgens een Landmacht-woordvoerder zijn de Onkruit-leden alleen in de centrale hal van de bunker doorgedrongen. Ze zouden wel hebben geprobeerd in andere ruimten te komen. In een persmededeling ontkent Onkruit dat het haar om militaire geheimen te doen is geweest. De bevolking op de hoogte stellen van het bestaan van de commandobunker en zijn functie is de actiegroep voldoende. Niettemin houdt het Openbaar Ministerie het op een poging de hand te leggen op geheime documenten. Na drie dagen worden Duyvendak en de zijnen vrij gelaten. Uiteindelijk ziet justitie driekwart jaar later van vervolging af. 'Om beleidstechnische redenen'.
In zijn boek Klimaatactivist in de politiek zegt Duyvendak over de actie in Kloetinge: "Deze commandobunker zou in tijden van dreiging het hoofdkantoor zijn van de commissaris van de koningin en zijn politionele staf. We troffen er een grote kaart aan met daarop de locaties voor interneringskampen voor 'gastarbeiders' en 'subversieven'." Beide beweringen kloppen niet. De bunker had alleen een militaire functie. De commissaris van de koningin en andere civiele autoriteiten konden bij oorlogsdreiging gebruik maken van een commandobunker onder de voormalige brandweerkazerne in Middelburg. Over de kaart met interneringskampen die de Onkruit-activisten in de bunker zouden hebben gezien, is majoor buiten dienst Piet van der Laan, destijds inlichtingenofficier bij het Provinciaal Militair Commando, duidelijk: "Kul."


Sorteer reacties
























