Op verzoek van de Eerste Kamer is de termijn om in te zenden van 1 juli naar 1 augustus verschoven. Dat leverde geen nieuwe reacties op, laat Nijpels weten. Hij wil niet vooruitlopen op de inhoud en zeker niet op de haalbaarheid. De commissie is druk doende met de selectie. "We zitten geen dag stil."
Eveneens op verzoek van de Eerste Kamer is het zoekgebied waarbinnen de commissie naar alternatieven voor ontpoldering van de Hedwigepolder mag zoeken, verbreed. Wat Nijpels betreft gaat het nu om de hele zuidwestelijke delta. Hij merkt op dat ook zonder aandrang van de Senaat de commissie sowieso verder dan de Westerschelde zou hebben gekeken.
Een aantal suggesties is al eerder ingediend bij de commissie Maljers (eind 2006); daar kijkt de commissie Nijpels wel opnieuw naar.
Wat doen met het Verdronken Land van Saeftinge scoort vaak, in verschillende varianten, waaronder de suggestie om de bodem door het wegzuigen van grond te verlagen. Ook wordt gewezen op kansen in de randmeren Krammer-Volkerak en Zoommeer. Andere suggesties zijn het natuurherstel in de Grevelingen te plegen of in de Oosterschelde maatregelen te nemen die tegelijk het probleem van de zandhonger (vollopen geulen met zand van platen, slikken en schorren) oplossen. Menigeen richt de blik op het mondingsgebied van de Westerschelde (zoals Vlakte van de Raan) en de Voordelta: aanleg van zandplaten en eilandjes.
De commissie is bezig met het afronden van een gespreksronde met vertegenwoordigers van de betrokken overheden, maatschappelijke organisaties en belangengroepen.
Bij de selectie van alternatieven is een belangrijk gegeven in hoeverre ze een bijdrage leveren aan de opgave voor natuurherstel in de Westerschelde. Ook de mate van draagvlak is een afweging. De haalbare alternatieven worden onder meer beoordeeld op uitvoerbaarheid en juridische haalbaarheid. Eén en ander moet uitmonden in een advies aan minister Verburg van Landbouw en Natuur in november.


Sorteer reacties
























