Deze Souburgse incestzaak kent in Nederland zijn gelijke niet. Officier van justitie W. Smeenk zocht de afgelopen maanden dan ook vruchteloos in de handboeken naar vergelijkbare zaken om haar eisen te onderbouwen. Desondanks eiste ze niet de zwaarste straf omdat de man verminderd toerekeningsvatbaar is. Maar vijf jaar cel en tbs met dwangverpleging is volgens haar echt de ondergrens. Tbs met voorwaarden, bepleit door de verdediging, is wat haar betreft onbespreekbaar.
Deze Souburgse zaak is vooral zo bijzonder omdat de moeder (41) eerst zo'n opvallend inactieve en vervolgens actieve rol speelde bij het misbruik. Volgens eigen zeggen was ze verbijsterd toen ze haar negenjarige dochter bovenop haar vriend aantrof.
Toen ze hem daar de volgende dag op aansprak bedreigde hij haar zo ernstig, zo vertelde ze, dat ze niet de moed had iemand te waarschuwen. Ze negeerde lange tijd het misbruik van haar dochter om de laatste jaren, vanaf het moment dat het meisje twaalf was, mee te doen.
In 2005 stapte die moeder naar de politie om de bijna dagelijkse mishandelingen aan te geven. Maar over de seks vertelde ze niets, zodat haar dochter nog twee jaar werd misbruikt. Ze was, zo zei ze, te bang voor hem. Te bang dat ze haar dochter kwijt zou raken. En ook te bang dat ze hem zou verliezen. Volgens gedragswetenschappers heeft ze een extreme verlatingsangst.
Desondanks vindt Smeenk dat de vrouw een forse straf moet ondergaan. ,,Want als een dochter zelfs niet de hulp krijgt van haar eigen moeder, van wie moet ze die dan krijgen?"


Sorteer reacties
















