VLISSINGEN-OOST - Ze waren er zo'n tien jaar geleden als de kippen bij. Lepelaars ontdekten temidden van industriële bedrijvigheid in het Sloegebied een flinke lap braakliggend terrein.
Geknipt om er te broeden, samen met vele zilvermeeuwen en kleine
mantelmeeuwen.
Afgelopen jaren zijn er enkele honderden jongen
geboren en grootgebracht. Volgens Otto Overdijk van de landelijke Werkgroep
Lepelaar is er inmiddels sprake van de grootste Zeeuwse broedkolonie van
lepelaars, met ruim 25 paar (de andere broedplek in de provincie, met 17
paar, bevindt zich op de Middelplaten in het Veerse Meer).
Jarenlang is het gebied met rust gelaten. Door een veranderd grondbeleid van
havenschap Zeeland Seaports (ZSP) loopt de kolonie gevaar plaats te moeten
maken voor nieuwe industrie, zegt Overdijk. Hij erkent dat dit in
overeenstemming is met de bestemming van het gebied. "Maar dat neemt
niet weg dat er iets waardevols tot ontwikkeling is gekomen waar je rekening
mee mag houden."
De werkgroep maakt zich zorgen over de
toekomst van de lepelaars op het terrein tussen grofweg de vuilstortplaats
en aluminiumfabriek Zalco. Overdijk: "Het allerliefste zien we dat
Zeeland Seaports accepteert dat de kolonie er zit en dat de vogels kunnen
blijven zitten. We dringen erop aan het gebied dusdanig in te richten en te
onderhouden dat de lepelaars en de omringende meeuwen er rustig kunnen
blijven zitten."
Hij beklemtoont dat de meeuwen onmisbaar zijn
voor het instandhouden van een lepelaarkolonie. "De meeuwen zijn als
het ware de lijfwachten van de lepelaars. Bij onrust of komst van een
indringer slaan ze meteen alarm. De lepelaars weten dat er dan gevaar dreigt.
" Overdijk vult aan dat de plek in het Sloegebied bij uitstek zo
geschikt is omdat er weinig menselijke verstoring is en roofdieren, zoals
vossen, er (nog) niet aanwezig zijn.
Lepelaars zijn zéér
plaatstrouw aan hun geboorteplek, vertelt Overdijk. Na hun geboorte trekken
de jongen met hun ouders naar overwinteringsplaatsen in Afrika. Daar blijven
ze vier jaar, tot ze geslachtsrijp zijn. Dan komen ze feilloos terug naar de
plek waar hun wieg stond. "Dus de komende jaren zullen er nog heel wat
dieren terugkomen. Daarom is verplaatsen van de plek niet zo eenvoudig."
Directeur Hans van der Hart van ZSP is bekend met de situatie van de
lepelaars. Hij geeft aan dat momenteel alle natuurwaarden in het
industriegebied in kaart worden gebracht. Van der Hart hoopt dat deze
inventarisatie rond de zomer klaar is. Op basis daarvan stippelt ZSP een
beleid uit, ook voor de lepelaarskolonie. "Het gaat wel om uitgeefbaar
terrein, maar wij hechten ook aan natuurwaarden." Hij verzekert dat dit
jaar nog geen activiteiten op de broedplek te verwachten zijn. De uit het
zuiden terugkerende lepelaars kunnen er dus nog terecht.



Sorteer reacties
























