Rijkswaterstaat onderzoekt mogelijkheden om de schade door de zandhonger te beperken. "Theoretisch zijn er heel wat maatregelen denkbaar", stelt Hemminga. Van het stroomlijnen van de pijlers van de stormvloedkering en het weer verbinden van het Krammer-Volkerak met de Oosterschelde, tot het plaatselijk aanvullen van zand op platen en slikken waar dat verloren is gegaan.
De HZL-directeur ziet wel brood in het aanvullen van afgekalfde platen en slikken. Hij wijst in dit verband ook op de relatie die bestaat tussen zandhonger en kustveiligheid: de aanwezigheid van platen, slikken en schorren vergroot de veiligheid in het Oosterscheldegebied. Het plaatselijk aanvullen biedt op de langere termijn echter geen voldoende soelaas.
"Je moet een permanente instroom van zand in de Oosterschelde zien te krijgen", merkt Hemminga op. "Een reservoir - een soort zandeiland in de Voordelta - aanleggen en dat regelmatig aanvullen. Dat kun je mooi meenemen bij de uitvoering van zandsuppleties." Want door de zeespiegelrijzing zullen continu zandaanvullingen voor de (duin)kust nodig zijn.
De langjarige invoer van zand vanaf het eiland in de Oosterschelde, zal volgens Hemminga op den duur de zandhonger kunnen stillen én de veiligheid in het gebied op peil houden. "Het is zeker niet dé oplossing, maar het helpt wel deels." Een voorwaarde is uiteraard dat de juiste plek voor het zandeiland wordt gevonden. Het zand moet wel de Oosterschelde invloeien en niet, zoals nu, langs de kust wegstromen. De HZL-directeur pleit ervoor dat de pas ingestelde commissie-Veerman, die advies over de toekomstige kustveiligheid moet uitbrengen, het idee overneemt.
>>Directeur Hemminga van Het Zeeuwse Landschap suggereert aanleg van een zandeiland in de Voordelta, dat voortdurend zand in de Oosterschelde aanvoert.


Sorteer reacties
























