De suggestie dat die groei in de hand wordt gewerkt doordat ze zich in nieuwe natuurgebieden ongestoord kunnen voortplanten, doet Chiel Jacobusse van het Zeeuwse Landschap als onzin van de hand. "Ratten zijn uit op voedsel: noten, graan, vruchten, tarwe. Dat vind je niet in die gebieden. Naarmate het buiten natter wordt en holen onder water lopen, trekken bruine ratten naar hoger gelegen gebieden en komen ze ook naar binnen. Juist daarom is het zo onlogisch een verband te leggen met nieuwe natuur. Nieuwe natuur in Zeeland is in hoofdzaak natte natuur."
Toch krijgen de Zeeuwse muskusrattenvangers in de buitengebieden bij bosjes ook bruine jongens in hun vallen, vertelt Geuze. Ze nestelen zich in de slootkanten. Zijn het er veel, dan verandert zo'n talud rap in een gatenkaas, wat de stabiliteit aantast. Het gegraaf van de muskusrat is echter schadelijker, omdat deze soort met een compleet gangenstelsel dieper onder de grond en zelfs onder het water duikt.
De schade van de bruine rat moet volgens Geuze en Jacobusse eerder worden gezocht in het aanvreten van voedselvoorraden. Om daar te komen baant het knaagdier zich een weg door vloeren en muren. Vijf jaar geleden ging het hoofdgebouw van Waterland Neeltje Jans in vlammen op. Ratten hadden stroomkabels onder de vloer kapotgeknaagd, waardoor brand ontstond. En uitgerekend waterschapsbestuurder Bert van de Hoef (directeur van Deltapark Neeltje Jans) stelt vast dat met gemeenten niet valt te praten over volledige concentratie van de rattenbestrijding (en dus ook de zak geld) bij het WZE.
De gemeentelijke verantwoordelijkheid reikt niet verder dan de eigen grens, waar die van het waterschap begint. Dat maakt een doelgerichte aanpak minder efficiënt, aldus Geuze. Zomer 2001 kwam de Vereniging Zeeuwse Gemeenten met een conceptvoorstel voor een betere bestrijding en een centrale aanpak. Dat plan komt tot zijn ongenoegen maar niet van de grond. Veehouderijen in met name Zeeuws-Vlaanderen worden ook door de zwarte rat geplaagd.


Sorteer reacties
























