De spuiboezem hield de havens van Vlissingen op diepte

Auteur: door Wendy van den Hurk |   dinsdag 20 juli 2010 | 13:05 | Laatst bijgewerkt op: dinsdag 20 juli 2010 | 13:29

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Een luchtfoto uit 1974 van de Spuikom. De Spuikomweg moest toen nog worden aangelegd. foto Deltaphot/gemeentearchief Vlissingen

Een luchtfoto uit 1974 van de Spuikom. De Spuikomweg moest toen nog worden aangelegd. foto Deltaphot/gemeentearchief Vlissingen

De Spuikom. De Vlissingers praten erover met veel gevoel en bevlogenheid. Maar toch niet vanwege dat weelderige onkruid? In vier verhalen probeert de PZC te ontdekken wat het braakliggende stuk grond, ingeklemd tussen binnenstad en boulevard, voor de stad betekent. Aflevering 1: de geschiedenis.

Oude Stad is niet zo gek gekozen als naam voor het wijkje ten noord-westen van het huidige stadscentrum van Vlissingen, in de omgeving van de Grote Markt. Het is de plaats waar de stad Vlissingen is ontstaan, als nederzetting bij een natuurlijke haven waar in de middeleeuwen met vissen een bestaan kon worden opgebouwd.

Toen de Westerschelde in de dertiende eeuw veranderde van banken- en krekengebied in een waardige vaarroute, werd Walcheren ineens een strategische handelsplaats. Dat ontging ook de Hollandse graven niet. Floris V gaf opdracht tot het graven van havens, zodat daar omheen Nieuw-Vlissingen kon worden gesticht. Dat werden tussen 1304 en 1308 de Voorhaven (waar nu nog de loodsboten liggen) de Koopmanshaven (gedempt tot Bellamypark) en de Achterhaven (de huidige Spuistraat). De havens, samen de Westerhaven genoemd, eindigden daar waar de Kenau Hasselaarstraat kruist met de huidige Spuikomweg.

De havens stonden in directe verbinding met de Schelde en waren dus getijdehavens. Om ze op diepte te houden bestond toen al het systeem van de schurende werking van water. Er was een spuisluis nodig en een achterliggend water. Een molenwater werd dat wel genoemd, omdat op de plek van de spuisluis doorgaans een getijmolen werd gebouwd. Zo ook in Vlissingen, aan het eind van de tegenwoordige Molenstraat.

De spuisluis zorgde ervoor dat het overtollige polderwater in zee werd geloosd. Het molenwater, dat is wat later de spuiboezem was. Het gebied werd ten noorden begrensd door de woningen van Oud-Vlissingen, ten oosten door de weg naar dat deel van de stad, ten westen door de zeedijk en ten zuiden door het Gasthuis- en het Sint Quintinsbolwerk.

Bij vloed liep het water het molenwater in. Bij eb gingen de sluisdeuren open en liep het water terug. Dan kon men het molenrad laten draaien door de kracht van het water dat werd gespuid. Het op diepte houden van het kanaal verliep nooit vlekkeloos. Bovendien stonk het er, naar verluidt, als de pest.

Met Vlissingen als handelsstad liep het voorspoedig en meer havens werden gegraven: de Nye Haven (1443, wat later de Vissershaven werd), de Pottehaven (1581, ten oosten van de Vissershaven) en de Dokhaven (1618, op het huidige Scheldeterrein). Van de vestingwerken die volgden, bleef het molenwater een belangrijk onderdeel uitmaken. Echter, de functie verdween.

Dat voorzag men al in de eerste helft van de negentiende eeuw, toen er plannen werden gemaakt voor het aanleggen van de spoorweg en het graven van een Kanaal door Walcheren. Ook een nieuw haventje met sluisdeuren, dat het water uit de spuiboezem rechtstreeks in de Westerschelde kon lozen, kwam van de tekentafel. In 1870 werd dat voltooid. En inderdaad: nog geen veertig jaar later werden de Achterhaven en Koopmanshaven gedempt.

In de beginjaren van de vorige eeuw bleef Vlissingen groeien. Toch werd de spuiboezem niet opgeofferd. Wel werd het gebied ingesloten door bebouwing en vrijwel aan het zicht onttrokken.

In de jaren dertig liet burgemeester Van Woelderen er een eilandje aanleggen, om het gebied in de zomer wat aantrekkelijker te maken. En om mensen aan het werk te krijgen; het was de tijd van de werkverschaffing. De aanleg kostte een ton in guldens.

De oude dokter Van Dijk, die destijds op de boulevard woonde, herinnert zich nog de arbeiders die door de modder ploeterden. "Ze moesten een stalen damwand plaatsen. Eerst lieten ze de Kom leeg pompen, later kwam het water er weer in. Ik heb ze nog paling zien vangen."

Met het invoering van de Deltawet, en de verzwaring en aanleg van een nieuwe zeewering, was het definitief gedaan met de functie van de spuiboezem. Het gebied werd voor het grootste deel met zand opgespoten en kwam vrij voor een nieuwe bestemming. De Spuikomweg werd aangelegd, net als de tijdelijke parkeerplaats. Althans, tijdelijk, zo was het bedoeld.

 
Reacties
laatste eerstSorteer reacties
Het verhaal klopt niet helemaal.
Oudestad is het gedeelte dat, ten zuidwesten, tot aan de Walstraat in de omwalde stad lag.( Na het slechten van de oude eerste stadwal ontstond de Walstraat ) .Na deze stadsuitbreiding werd het gedeelte - waar ook het Van Dishoekhuishuis stond - ten noordoosten van de Walstraat Nieuwestad genoemd.
Samen vormden ze Nieuw Vlissingen. Oud Vlissingen lag, ten noorwesten daarvan, op de plaats van de Spuikom.

Eremgees - 30-07-2010 | 10:40

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig


Op de website van de PZC kunt u reageren op forums en artikelen. Zo weet de redactie wat er leeft. Sommige bijdragen worden ook gepubliceerd in de papieren krant. Reacties worden niet automatisch geplaatst.


De redactie behoudt zich het recht voor reacties te weigeren of in te korten. Over het al dan niet plaatsen van reacties wordt niet gecorrespondeerd. Het IP-adres van de afzender van een reactie wordt automatisch opgeslagen in het redactioneel systeem. Het kan worden afgestaan aan derden in het kader van een strafrechtelijk (voor)onderzoek wanneer een groot maatschappelijk belang in het geding is.