De Spuikom. De Vlissingers praten erover met veel gevoel en bevlogenheid. Maar toch niet vanwege dat weelderige onkruid? In vijf verhalen probeert de PZC te ontdekken wat het braakliggende stuk grond, ingeklemd tussen binnenstad en boulevard, voor de stad betekent. Aflevering 3: de natuur.
Zie ook:
Vroeger, heel vroeger, was de Spuikom veel groter dan die nu is. Maar mooier?
Het schijnt dat het er in de Franse tijd een vreselijke bende was. De mensen
gebruikten de Kom als vuilnisbelt en dat stonk 'als de pest'. Die paar
stuivers boete, die ervoor bestond, deerde niet.
Een Hofvijver is het nooit geworden, ook al heeft burgemeester Van Woelderen
daar nog zo zijn best voor gedaan. Het eilandje dat hij in de jaren dertig
liet aanleggen, is nooit meer geworden dan 'een bult grond temidden van een
lelijke stalen damwand' - om met de woorden van de oude dokter Van Dijk te
spreken. "Wel heeft zich daar een visdiefjeskolonie gevestigd."
Van Dijk herinnert zich, als toenmalig achterbuurjongetje van de boulevard,
dat het er in die tijd stikte van de muggen. "Wij hadden drie
zwaluwnesten onder ons balkon. Toen had je een hausse van malaria. Zelfs in
Middelburg. En het was stilstaand water, dus die larven konden zich goed
ontwikkelen. Er werd aangedrongen op maatregelen. Van Woelderen liet daarop
een vat petroleum leeglopen. Stinken dat het deed! Maar ja, de muggen waren
geweken. Voor dat seizoen, dan."
Ook de beplante terrassen langs de Kommedijk hebben nooit een weelderige
indruk gewekt. Het was wel de plek waar Janus Dert, de oom van de bekende
fotograaf, vaak kwam. De man, groot in onroerend goed, had veel met dieren,
vertelt zijn 'neefje' Hans. "Toen de Kom nog open water was, heeft hij
er een stel eenden uitgezet. Vond-ie mooi. En de mensen ook. Aanvankelijk,
dan. Want ja, die beesten plantten zich voort en op een gegeven moment was
de situatie niet langer beheersbaar. Maar mijn oom is altijd Eenden-Dert
blijven heten in de stad."
Eenden zitten er nu niet meer. Wel egels en padden. En zanglijsters. Tijdens
een wandeling door de Spuikom houdt boswachter Piet de Keuning stil en
steekt zijn wijsvinger in de lucht. "Ja hoor, ik hoorde hem echt. Hé,
en een waterrol!"
Het was al een tijdje geleden dat De Keuning in de Spuikom was geweest. Maar
het is weinig veranderd, zegt hij. "Ik heb het leren kennen als een
échte Spuikom, in de jaren zestig. Toen er eenmaal een laag zand op kwam te
liggen, kreeg je een verlandingssituatie en die heb je nu nog. Het riet, het
organische materiaal, komt steeds hoger te liggen. Als je hier niks aan
doet, dan krijg je bos. Dat is de climax. Maar open is het misschien juist
wel mooier. Alleen moet je dan wel regelmatig maaien."
Onderhoud is het gebied echter vreemd, constateert hij al na een paar stappen. "Zo
te zien doen ze er helemaal niks aan. Zonde. Ach kijk, een grauwe abeel.
Daar begint het al…"
De Spuikom is grotendeels dichtgegroeid met riet. Verder bespeurt De Keuning
bitterzoet, biggekruid en zwarte nachtschade. "En wilgen, eiken,
liguster, iepen, essen… Maar laatste die zijn ingeplant.
Hé, en wat is dat voor piepje, Karel?"
Daar hoeft collega Karel Leeftink niet lang over na te denken. "Roodborst.
Die klinkt als een waterval. De vogels hier laten zich niet door de herrie
uit het verkeer wegjagen. Alleen door honden en die komen niet in het riet.
Dus dit is een rustgebied voor rietbroeders, blauwborstjes en rietgors. Voor
sommige vogels een tankstation, spotvogels bijvoorbeeld, voor andere een
broedgebied. Dat hoor ik aan de zingende mannetjes. Als het dan na
anderhalve maand stil valt, dan weet je genoeg. Daar in die boom, allemaal
staartmeesjes."
Een paar jaar geleden huppelde er zelfs nog een ree rond. Dat gebeurt vaker,
beweert De Keuning. "Ja hoor. Verstoten jonge bokken uit het
Nollegebied. Hoe ze hier komen? Gewoon, over de boulevard. Maar ja, er valt
hier niets voor ze te halen. Het leefgebied is te klein en er is geen
voedsel. En dus vertrekken ze altijd weer."
De boswachters lopen vol bewondering door de Spuikom. Alsof ze in de duinen
zijn. Het is ook een bijzonder gebied, vinden ze, zo tussen de boulevard en
de binnenstad. De Keuning houdt halt bij een groepje paddenstoelen in het
gras. "Weet je wat ik zou doen? Maaien en dan afvoeren. Dan krijg je
hier een behoorlijke diversiteit. Meer nog dan er nu al is. Aan de
begroeiing te zien is er geen zoute kwel. Dan moet de Kom brak zijn geweest.
Hoewel, hoor ik daar nou een kluut? Jawel! Nou, dan zal er toch wel wat kwel
zijn."
De laatste aflevering in deze serie over de Spuikom gaat over de
toekomstplannen en verschijnt aanstaande zaterdag.















