In 2003 ging de gemeente er nog vanuit dat de Spuistraat niet afgesloten zou worden. Dat pakte anders uit. archieffoto's Ruben Oreel
De bouwput in het hart van de stad. Rechts staat de Rabobank, links de Oude Markt en bibliotheek.
Hoe konden we weten dat we jarenlang van alle looproutes zouden worden afgesloten? De gemeente heeft geen enkele deugdelijke maatregel genomen om de overlast voor ons te beperken. Ze hebben ons gewoon laten barsten", zegt een ondernemer.
Zie ook:
Ach, ondernemers. 'Ze moeten niet zeuren', wordt wel eens makkelijk gezegd.
Maar dat Vlissingse winkeliers voet bij stuk houden en blijven aandringen op
compensatie omdat ze vinden dat ze zwaar geleden hebben onder de bouw van
winkelcentrum De Fonteyne, is niet gek. In hun betogen klinkt onmacht en
frustratie door.
Gemeentebestuurders hebben in het verleden laten weten dat 'er geen enkele
ondernemer door de bouw mag omvallen' en dat er 'welwillend naar de
schadeclaims zou worden gekeken'. Dat klinkt sympathiek, maar de eerste
opmerking is nooit officieel vastgelegd en de tweede opmerking geeft de
ondernemers slechts een schijn-vertrouwen. Er is geen enkele aanspraak op te
maken.
Ook zou er tijdens de bouwwerkzaamheden 'flankerend beleid' worden toegepast.
Dat hield in dat activiteiten en maatregelen zouden worden genomen die
ervoor moesten zorgen dat het winkelend publiek ondanks het kruip-
door-sluip-door gebied rond de bouwput, toch goed de weg naar de bedrijven
kon vinden.
Gedacht werd aan een goede bewegwijzering, informatieborden over de bouw en
speciale winkeliersacties. De Stichting Fonteyne Activiteiten zou dat
regelen en kreeg daar 418.000 euro voor. Maar de winkeliers merkten er
nauwelijks wat van. Een groot deel van het geld ging naar een koffiecafé op
de Oude Markt. Oud-wethouder Conny Seijbel kon niks anders dan in 2007
toegeven dat het flankerend beleid volstrekt mislukt was.
"Als de gemeente dat beleid echt goed had aangepakt en beter
geanticipeerd had op de negatieve gevolgen van De Fonteyne-bouw, waren onze
frustraties waarschijnlijk niet zo hoog opgelopen. Maar alles ging achteruit
en in 2007 dachten we: nu wordt het echt te gek."
In een van de afwijzingen van de schadeclaims schrijft het college van B en W
dat de betreffende ondernemer zich in Vlissingen heeft gevestigd in het jaar
dat de plannen voor De Fonteyne bekend waren (1997). Dus viel het starten
van de onderneming volgens B en W onder 'actieve risicoaanvaarding'.
Maar in dat jaar was er alleen bekend dat de Hema en de Aldi plaats zouden
maken voor een nieuw gebouw met een parkeerkelder en appartementen.
Tekeningen die de omvang van het project illustreerden, waren nog niet
openbaar. Bovendien ging zelfs de gemeente Vlissingen er in november 2003
nog vanuit dat de Spuistraat tijdens de hele bouwperiode in twee richtingen
zou openblijven voor verkeer. Dat pakte in de praktijk heel anders uit.
De vraag is dus gerechtvaardigd of van winkeliers mag worden verwacht dat ze
de gevolgen van de bouw goed konden inschatten. Het antwoord daarop, zal
door de rechter gegeven moeten worden.
Daarnaast zou het niet meer dan vanzelfsprekend zijn als het gemeentebestuur
wil uitleggen waarom een ander bedrijf, dat zich na 2002 in de binnenstad
vestigde, wel een schadevergoeding heeft gekregen.




















