Piet Roskam (links) te gast bij kippenhouder Piet Wauterse in Meliskerke, die de stichting adviseert bij het opzetten van de pluimveehouderij in Kenia. foto Ruben Oreel
De vrouwen die zich in Kisumu over weeskinderen ontfermen, noemen zich de Shinners. Ze doen dat als vrijwilligsters. Alleen voorzitster Caroline Ogot (wit shirt) ontvangt een salaris van 150 euro per maand, zodat ze fulltime aan het project kan werken. Secretaresse Cornila Obare ( in blauw) is de administratieve en boekhoudkundige ruggengraat van het project. Ze doet dat naast haar werk als engineer in het lokale ziekenhuis.
MIDDELBURG - Niet dat ze het beu zijn. Integendeel. Het Walchers krasse knarren clubje heeft de inspanningen in Kenia zelfs vergroot. Laatst investeerden ze daar, grotendeels uit eigen zak, nog 15.000 euro in een lap grond ter grootte van een voetbalveld.
Zodat het ontwikkelingsproject dat ze daar uit de grond stampten, straks in
eigen onderhoud kan voorzien. Alleen, hun leeftijd begint mee te spelen.
Zowat allemaal zijn ze al een eind boven de zeventig. Als straks hun tijd is
gekomen, wie kan er dan nog op toe zien dat alles blijft lopen? Daarom
zoeken ze naarstig naar opvolgers die willen bijdragen aan het welslagen van
hun avontuur.
Er is al veel bereikt sinds het groepje Walcherse ouderen vier jaar terug
besloot om een groep Keniaanse vrouwen te ondersteunen die in Kisumu bij het
Victoriameer, een dagopvang voor weeskinderen runnen. Een pluimveebedrijfje
is opgericht, een diepe waterput gegraven, en ervaring opgedaan met
groenteteelt, kledingfabricage en pottenbakken. Allemaal activiteiten die
het opvangproject kostendekkend moeten maken. Daarvoor worden nu, op de
aangekochte grond, voorzieningen gebouwd en aangelegd. Nu nog stopt hun
Stichting Dagopvang Weeskinderen Kisumu Kenia (DWKK) maandelijks duizend
euro in het project. Dat geld komt in hoofdzaak uit eigen zak, en uit die
van vrienden of kennissen. Soms zamelt een school of vereniging wat voor hen
in of is er een subsidietje. En daarbij, onderstreept initiatiefnemer Piet
Roskam (78) uit Meliskerke, 'blijft geen cent aan de strijkstok hangen'.
Hijzelf stapt zo'n drie tot vier keer per jaar op het vliegtuig, om de
voortgang te bewaken. Geheel op eigen kosten, bezweert hij.
Een landelijke organisatie voor ontwikkelingshulp (NCDO) kwam onlangs over de
brug met een bijdrage van 26.000 euro. Particulieren op Walcheren stopten de
stichting nog eens eenzelfde bedrag toe. Dat moet voldoende zijn om een
kippenstal te bouwen, een tuinderij aan te leggen, en gebouwtjes op te
trekken voor allerlei andere werkzaamheden, waaronder ook zorgverlening. Als
dat alles straks in bedrijf is, moet dat genoeg opleveren voor opvang en
opleiding van zo'n dertig tot veertig weeskinderen.
Aanvankelijk was Roskam in Kenia op ander terrein actief, namelijk als PUM'er
ofwel senior expert. Dat is een gepensioneerde die enkele weken als
vrijwilliger kennis overdraagt aan een bedrijf in een ontwikkelingsland.
Roskam, van oorsprong procestechnoloog, voerde zo'n vijfentwintig van dat
soort missies uit. Hij moest daarmee stoppen toen hij zeventig werd.
Achteraf beschouwt hij dat soort werk als weinig vruchtbaar. "Ondernemers
gebruikten mijn adviezen doorgaans alleen om er zelf beter van te worden.
Adviezen die erop waren gericht ook de werk- en levensomstandigheden van de
arbeiders te verbeteren, werden veelal in de wind geslagen. PUM is eigenlijk
niet veel meer dan een reisbureau voor ouwe lullen die gratis wat meer van
de wereld willen zien."
Soortgelijke bedenkingen heeft Roskam tegen het stelsel van microkredieten. In
Kenia is zijn ervaring dat daarvan niet de bevolking, maar de
kapitaalverstrekker profiteert, gezien de woekerrente die in rekening wordt
gebracht.
Twee vrouwen hadden hem in Kenia al vaker gevraagd te helpen bij het opzetten
van een opvangcentrum voor weeskinderen. "Als je daar als blanke
rondloopt dan krijg je voortdurend van dat soort vragen." Aanvankelijk
voelde Roskam daar niet veel voor. Maar toen hij zich eenmaal door hen had
laten meetronen, en zag hoe ze zich over weeskinderen ontfermden, was hij
meteen verkocht.
Van het een kwam het ander. Hij hielp een van de kinderen aan een prothese,
zorgde ervoor dat een aantal weer naar school kon en kreeg vrienden en
kennissen op Walcheren zo enthousiast om mee te helpen. Dat leidde tot de
oprichting van de stichting, en tot het plan om de vrouwen in Kisumu, die
zich als vrijwilligsters hadden ontfermd over tientallen weeskinderen, te
helpen aan een opvangcentrum dat uiteindelijk zichzelf moet kunnen bedruipen.
Docenten en leerlingen van het Groen College in Goes verzorgden al eens een
training voor de vrouwen in Kenia. Inmiddels zijn Kenianen begonnen de
aangekochte grond bouwrijp te maken. Dat wil zeggen dat boomstronken, onder
een brandende tropenzon, met bijl en machete worden weggehakt.
Begin deze maand stapt Roskam weer het vliegtuig in om contracten te tekenen
en te zorgen dat de vaart erin blijft, en om juridisch veilig te stellen dat
de aangekochte lap grond ook voor het beoogde doel in gebruik kan blijven.
Maar dat soort werk kan hij niet eeuwig blijven doen.
"Gezien onze leeftijd", lacht hij, "zijn we zo langzamerhand
over onze houdbaarheidsdatum heen." Zijn stichting is dan ook hard aan
verjonging toe. "We zoeken mensen die uiteindelijk het stokje van ons
willen overnemen."
Wie mee wil helpen, of meer wil weten kan terecht op www.dagopvangweeskinderenkenia.nl























