SAOZ concludeert onder meer dat het verdwijnen van publiek uit de Sint Jacobspassage het gevolg is van menselijk gedrag en niet door de planologische verandering.
Het rapport is gericht aan een ondernemer in de Sint Jacobspassage. Die stelde in zijn schadeclaim dat de winkelstraat tijdens de bouw slecht bereikbaar was en dat de passage door het verdwijnen van de Torenstraat en de Marktstraat, geïsoleerd is geraakt van de Lange Zelke.
SAOZ heeft eerst gekeken of de ondernemer al kon weten dat de bouw van het nieuwe winkelcentrum overlast of verminderde inkomsten tot gevolg kon hebben, op het moment dat hij zich in de Sint Jacobspassage vestigde. In dat geval is er sprake van een eigen ondernemersrisico.
Volgens SAOZ konden alle ondernemers die zich ná 27 maart 1997 in de binnenstad vestigden, weten dat er overlast zou komen. Want op die dag heeft de gemeente besloten dat BAM Vastgoedontwikkeling op de hoek van de Lange Zelke een nieuw winkelcentrum mocht gaan bouwen.
"In dat besluit is ruimschoots geformuleerd waarom een herontwikkeling nodig is en waaruit die zou moeten bestaan. Er is aangegeven dat het project bestaat uit een ondergrondse parkeervoorziening, winkelruimtes op de begane grond, appartementen op de verdieping en een herinrichting van de Oude Markt tot verblijfsgebied", schrijft SAOZ.
Het argument van winkeliers dat de Sint Jacobspassage tijdens de bouw slecht bereikbaar was, herkent SAOZ niet. "Wij hebben vastgesteld dat de directe bereikbaarheid van het bedrijf niet in het geding is geweest, te meer omdat de Sint Jacobsstraat te allen tijde bereikbaar was via onder meer de Walstraat en de Kleine Markt."
Dat de Torenstraat en de Marktstraat compleet verdwenen zijn, betekent volgens het adviesbureau niet dat de Sint Jacobspassage ook werkelijk geïsoleerd is geraakt. "In planologische zin is er nog altijd sprake van een rondje (Spuistraat, Oude Markt, Sint Jacobspassage, Walstraat, Lange Zelke, Spuistraat). Ook in de huidige situatie is dat nog zo. Dat bezoekers dit rondje kennelijk niet maken, is aan te merken als een gedrag van mensen en niet als een gevolg van de planologische verandering. Eventueel hierdoor ontstane schade kan niet voor vergoeding in aanmerking komen."
Eén van de voorwaarden om wel in aanmerking te komen voor nadeelcompensatie, is dat slechts een beperkt aantal ondernemers schade moet hebben gehad van de werkzaamheden. SAOZ concludeert hierover: "Wij hebben van vele ondernemers in het centrum begrepen dat er tijdens de bouw van de Fonteyne, in en nabij Vlissingen ook diverse andere verkeersbelemmerende ontwikkelingen hebben plaatsgevonden." Volgens het adviesbureau is het niet onaannemelijk dat door deze samenloop van werkzaamheden de binnenstad veel minder goed bereikbaar was en dat daardoor bezoekers het centrum gingen mijden en gingen winkelen in Middelburg en Goes.
"Maar dat heeft álle ondernemers van de binnenstad van Vlissingen in meer of mindere mate gelijkelijk getroffen", schrijft SAOZ. Het bureau concludeert dat hier geen sprake kan zijn van zo'n speciale last en dat er dus geen schadevergoeding hoeft te worden uitgekeerd. Daarom is de schadeclaim van deze ondernemer in de Sint Jacobspassage dan ook afgewezen.
zie ook dossier www.pzc.nl/fonteyne



Sorteer reacties
















