Jantje (links) met moeder Leintje en zussen Annie en Riet de Graaf in de tuin. Moeder is in verwachting van Lenie. foto's collectie Lenie de Graaf
Het afgelopen jaar hebben tientallen Middelburgers in deze serie verteld over het leven in de stad voor het bombardement van 17 mei 1940. In de aanloop naar de herdenking volgende maand sluiten we de rubriek af met drie verhalen van mensen die het bombardement meemaakten. Drie maanden en tien dagen oud was ik, toen mijn ouders naar veiliger oorden dachten te vluchten.
Met die woorden begint het relaas van Lenie Stokman-de Graaf (1940). Op 17 mei
1940 krijgt haar jonge leventje een ingrijpende wending.
Lenie werd uit de kinderwagen geslingerd, toen het vluchtende Middelburgse
gezin op de Noordweg bij Serooskerke werd getroffen door Duits geschut.
Moeder Leintje de Graaf-Davidse (30) en haar 4-jarig zoontje Jantje waren op
slag dood. Zussen Riet en Annie raakten gewond en bleven samen met Lenie
moederloos achter. "In enkele ogenblikken was ons gezinnetje aan
flarden."
Riet de Graaf (1934) was vijf jaar oud en maakte bewust mee hoe het gezin die
dag letterlijk uit elkaar werd gerukt. Zeventig jaar later vertelt ze dat ze
het Duitse vliegtuig niet hoorde aankomen. "Ineens was er die klap."
In haar beleving zat ze veilig met moeder op een mooi plekje uit te rusten.
Vader was nog even naar Middelburg teruggefietst om iets te halen. ,,Ik weet
nog dat het een warme dag was. Om ons heen bloeide het fluitekruid. We
hadden van iemand water gekregen om ons op te frissen."
Toen sloeg het noodlot toe: rondspattende modder en de geur van bloed. "Ik
loop nog even weg, kom terug en wil mijn broertje meenemen. Maar heel zijn
hoofd is weg. Ik zie alleen nog tandjes en een lok.'' Het meisje rende naar
haar moeder voor hulp. Maar een soldaat zei dat zij dood was. Riets wonden
werden ter plaatse verbonden, zus Annie zwaargewond naar het noodziekenhuis
Zonneveld afgevoerd.
Lenie heeft later gehoord dat ze onder de modder uit een sloot is gehaald met
een mond vol zand en troep. "De kinderwagen was totaal vernield. Mijn
pleegmoeder heeft me verteld dat ik als baby dikwijls lag te trillen in mijn
bedje. Ze moesten me nooit aan het schrikken maken en onweer en vuurwerk kon
ik tot mijn vijftigste niet verdragen.''
Of het gezin vanuit de lucht werd beschoten of is getroffen door rondvliegende
bomscherven is nooit duidelijk geworden. Wel heeft er luchtalarm geklonken.
Lenie: "We mochten bij mensen in de buurt schuilen, maar dat aanbod
wimpelde moeder af. Ze wachtte op haar man.''
Riet benadrukt dat vader en moeder op de vlucht gingen omdat ze dachten in
veiligheid te komen. "Het moet in de middag gebeurd zijn want ik
herinner me dat moeder voor we vertrokken nog aardappelpuree met iets erdoor
had gemaakt en dat 'het Entrepot' aan de Rotterdamsekaai al in brand stond.
Dat was heel dichtbij; wij woonden aan de Karelsgang.''
Leintje de Graaf-Davidse en Jantje liggen begraven op het Erehof van de
algemene begraafplaats in Middelburg. Lenie heeft haar moeder en broertje
nooit gekend. "De prijs die wij als gezin hebben betaald, is hoog
geweest. Waarvoor? Wat had het bombardement voor zin? Middelburg was een
weerloze stad.''
Op haar persoonlijk leven heeft het bombardement een enorme impact gehad. "Ik
groeide op bij mijn pleegmoeder Tannie Huiszoon in de Spanjaardstraat. Dit
werd voor mij beslist. Vader hertrouwde, maar ik bleef waar ik was. Tot aan
mijn trouwen ben ik bij 'tante' Huiszoon gebleven. Ik had het er goed. Kreeg
de kans om te leren en te musiceren, maar ik miste de bloedband'', zegt ze geëmotioneerd.
"Ik bleef altijd dat kind uit een pleeggezin. Ontmoette altijd wel een
oom of tante, neef of nicht van wie ik amper het bestaan vermoedde."
Ook Annie en Riet die bij vader en diens tweede en derde vrouw bleven, hadden
een verre van onbezorgde jeugd. "Wij hadden allemaal onze eigen
zorgen'', blikt Riet terug. "Vader is 88 jaar oud geworden. Voor hem is
de 17e mei de donkerste dag uit zijn leven geweest. Hij kon er nooit over
praten.'' Achteraf heeft ze grote bewondering voor hem. ,,Hij is die dag
thuisgekomen zonder gezin, met een baby die verzorgd moest worden en twee
begrafenissen te regelen. Tijd om te rouwen was er niet, hij moest verder.''
Een Deense journalist vroeg haar ooit hoe zij tegen de Duitsers aankeek. ,,Ik
heb gezegd: Duitsers zijn mensen net als wij. Ik heb in Middelburg het puin
gezien en de brandlucht geroken. Maar toen wij in '45 als
oorlogsslachtoffers naar Denemarken mochten om bij te komen, reden we door
Osnabrück, Bremen en Hamburg. Er was niet veel verschil. Ik weet nog dat ik
dacht: 'Hier hebben die kinderen precies hetzelfde meegemaakt'.''

















