De Lange Jan brandend tegen de vlakte

door Carla van de Merbel. zaterdag 17 april 2010 | 07:53 | Laatst bijgewerkt op: zaterdag 17 april 2010 | 10:09

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Hoek van de Spanjaardstraat en de Sint Pieterstraat gezien vanaf de Balans. Links het gebouw van de Sint Jorisdoelen (in de jaren zeventig herbouwd).

Hoek van de Spanjaardstraat en de Sint Pieterstraat gezien vanaf de Balans. Links het gebouw van de Sint Jorisdoelen (in de jaren zeventig herbouwd).

Hoek van de Spanjaardstraat en de Sint Pieterstraat gezien vanaf de Balans. Links het gebouw van de Sint Jorisdoelen (in de jaren zeventig herbouwd).

Hoek van de Spanjaardstraat en de Sint Pieterstraat gezien vanaf de Balans. Links het gebouw van de Sint Jorisdoelen (in de jaren zeventig herbouwd).

1/2
start playing the slideshow

Zoals veel Middelburgers zag Piet Geldof (toen 15, nu 85) het vanaf zijn evacuatieadres op Walcheren gebeuren: op de avond van die zeventiende mei stortte de Lange Jan brandend tegen de vlakte.

Het centrum van de stad stond in lichterlaaie. ,,Veel mensen stonden te kijken. Het was verschrikkelijk." Geldof verbleef die avond in Sint Laurens. De stad was grotendeels geëvacueerd. Toch kwamen 22 mensen om.

De volgende dag keerde Geldof al terug naar zijn huis in de Lange Gortstraat, waar hij met zijn vader woonde (zijn moeder en broertje waren in de jaren dertig aan tbc overleden). ,,Alles was er nog. Alleen een kledingstuk aan de waslijn was verbrand." Voor veel stadsgenoten was de thuiskomst anders en waren huis en spullen in de vuurzee verloren gegaan. Achthonderd gezinnen waren dakloos geworden. ,,De Korte Giststraat was weg, de Lange Delft, de Markt... Het brandde nog, die volgende dag. Het graan dat in het verwoeste Entrepotgebouw lag, heeft nog weken gesmeuld."

De oorlog was ook voor Geldof op 10 mei begonnen. ,,Ik werd 's ochtends wakker van de Duitse vliegtuigen die overkwamen. Die probeerden te landen op het vliegveld van Vlissingen, maar dat lukte niet omdat er allemaal karren op het veld waren gezet." Verder gebeurde er die dag nog weinig in de stad.

's Middags kwam Geldof Franse soldaten tegen in de Langeviele. ,,We riepen 'vive la France'. Dat vonden ze leuk. Er kwamen vanuit Zeeuws-Vlaanderen meer Fransen naar Walcheren. Ik dacht toen nog: 'we redden het wel'.

Geldof zat op de mulo in de Nederstraat. De school ging dicht omdat het gebouw nodig was voor de huisvesting van gemobiliseerde militairen. ,,Dat kwam goed uit, want ik had m'n tentamen niet geleerd." Geldof vond een nieuwe, spannender invulling van zijn tijd: ,,Ik zat bij de padvinderij en we werden gevraagd of we voor ordonnans wilden spelen, voor boodschappenjongen." Niet veel jongens deden dat, Geldof wel. Vanuit het politiebureau bracht hij folders rond met informatie voor de burgers over wat te doen bij een luchtaanval en wees hij Franse militairen de weg in de stad. Ook werd hij erop uit gestuurd om werknemers van De Schelde te melden dat ze naar Vlissingen moesten om te helpen schepen naar Engeland te transporteren.

In de dagen voor 17 mei vlogen regelmatig Duitse vliegtuigen over en werd daaruit geschoten. Twee padvinders stonden op de Lange Jan en deden verslag van wat ze zagen. Van hen kwam op 17 mei het eerste bericht van het naderend onheil: 'Ontploffingen op de Sloedam'. Rond één uur 's middags werden Geldof en de andere padvinders door inspecteur Verburg van politie gesommeerd naar huis te gaan en hun padvindersuniform uit te doen. ,,Onderweg naar huis kwam ik niemand tegen. Iedereen was weg."

In de Lange Gortstraat trof Geldof een leeg huis, maar zijn opa kwam hem even later halen en nam hem mee naar zijn huis in de Winterstraat. Het was inmiddels twee uur. ,,Toen kwamen de eerste vliegtuigen en bommen. Vlakbij de Winterstraat, daar waar nu de Blauwedijk is, was de Teerpakhuizenstraat. Daar viel een bom. Het glas vloog uit de ramen van m'n opa z'n huis en kwam over ons heen. Daarna werd het weer stil. We hebben het glas opgeruimd, de ramen dichtgetimmerd en zijn naar Sint Laurens gegaan. Daar zat iedereen: m'n opoe, oom en tante en m'n stiefmoeder. M'n vader kwam later. Die was vrijwilliger bij het Rode Kruis en hielp met het vervoer van de doden en gewonden."

,,Op 23 januari 1945 is m'n vader omgekomen door een mijn die uit een Duits vliegtuig werd gegooid. Hij was toen 49. In maart dat jaar ben ik met een vrijwilligersbataljon (wat later Bataljon Zeeland zou worden) naar Frankrijk gegaan. Dat was een oplossing voor mij. Toen kon ik weg. M'n hele leven heb ik een hekel gehad aan Duitsers."
 
Reacties
laatste eerstSorteer reacties
Geachte redactie.Ook ik heb het nodige meegemaakt in de mei dagen in 1940. Mijn vader was toen stationchef in Middelburg.Wij woonden dus op het station, Ik herinner mij, ik was toen bijna 11 jaar, een zonnige meimaand, we zijn zelfs nog op het strand geweest. Maar aan mijn ouders merkte ik wel de spanning.O.a. werden wij voorbereid, wat er kon gebeuren als de Duitsers ons land zouden overvallen. Er werd een schuilkelder gemaakt. Niet te geloven, maar die kwam in de dijk die aan de overkant van het emplacement lag.Er kwam een grote kist met zand op de zolder om eventuele fosforbommen met een schep in te kieperen ! En toen kwam mijn vader naar binnen gerend onder de uitroep"De Fransen komen, de Fransen komen !! Ik verstijfde van schrik, want ik had wel gehoord dat duitsers onze vijanden waren, maar de Fransen.. nee, dat was nieuw en vast verschrikkelijk.En toen kwam de 10e Mei. het bombardement, de stad in puin,mijn oudere zusjes hebben nog mee geholpen, archiefstukken en waardevolle dingen uit het stadhuis te reden, via een "ketting "van mensen, die alles door gaven aan elkaar en ergens zijn opgeslagen.Inmiddels was mijn moeder dingen aan het inpakken, want het was te gevaarlijk op het station. Dat was een doelwit voor de vliegtuigen. Als het luchtalarm werd gegeven, renden we naar beneden, naar het perron, waar we werden geholpen door.
de beambten van het kantoor. Helder staat mij voor de geest, dat ik aan de hand van een zekere meneer Melse, over al die rails moest naar de schuilkelder en dat ik steeds maar riep Meneer Melse, Meneer melse, ik ben zo bang.We kwamen gelukkig heelhuids in die schuilkelder, die ons zoals ik het nu bekijk weinig overlevingskansen had gegeven..Direct daarna zijn we geévacueerd naar een huis op St.Laurens (?) richting Koudekerke (?).het was een spiksplinter nieuw huis van een pas getrouwd stel.De man was opgeroepen in militaire dienst en de vrouw was bij haar ouders. Mijn moeder had grote zorg, dat we iets zouden vuil maken, laat staan, dat er iets stuk zou gaan.Nu Middelburg plannen heeft voor een herdenking van 10 Mei 1940, zou ik graag wat informatie hierover ontvangen, want ik was van plan om daar naar toe te gaan. Bij voorbaat dank.
PS.Aan het bovenstaande kan ik nog vele verhalen toevoegen, want mijn hart ligt nog altijd in Middelburg. Vr. Groet.
Tiny Barten-Thewissen - 18-04-2010 | 10:12

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig


Op de website van de PZC kunt u reageren op forums en artikelen. Zo weet de redactie wat er leeft. Sommige bijdragen worden ook gepubliceerd in de papieren krant. Reacties worden niet automatisch geplaatst.


De redactie behoudt zich het recht voor reacties te weigeren of in te korten. Over het al dan niet plaatsen van reacties wordt niet gecorrespondeerd. Het IP-adres van de afzender van een reactie wordt automatisch opgeslagen in het redactioneel systeem. Het kan worden afgestaan aan derden in het kader van een strafrechtelijk (voor)onderzoek wanneer een groot maatschappelijk belang in het geding is.


Walcheren

De PZC herbouwt het stadscentrum van het Middelburg van 1940 Dossier Fonteyne Dossier Spuikom