Hoek van de Spanjaardstraat en de Sint Pieterstraat gezien vanaf de Balans. Links het gebouw van de Sint Jorisdoelen (in de jaren zeventig herbouwd).
Hoek van de Spanjaardstraat en de Sint Pieterstraat gezien vanaf de Balans. Links het gebouw van de Sint Jorisdoelen (in de jaren zeventig herbouwd).
Zoals veel Middelburgers zag Piet Geldof (toen 15, nu 85) het vanaf zijn evacuatieadres op Walcheren gebeuren: op de avond van die zeventiende mei stortte de Lange Jan brandend tegen de vlakte.
Het centrum van de stad stond in lichterlaaie. ,,Veel mensen stonden te kijken. Het was verschrikkelijk." Geldof verbleef die avond in Sint Laurens. De stad was grotendeels geëvacueerd. Toch kwamen 22 mensen om.De volgende dag keerde Geldof al terug naar zijn huis in de Lange Gortstraat, waar hij met zijn vader woonde (zijn moeder en broertje waren in de jaren dertig aan tbc overleden). ,,Alles was er nog. Alleen een kledingstuk aan de waslijn was verbrand." Voor veel stadsgenoten was de thuiskomst anders en waren huis en spullen in de vuurzee verloren gegaan. Achthonderd gezinnen waren dakloos geworden. ,,De Korte Giststraat was weg, de Lange Delft, de Markt... Het brandde nog, die volgende dag. Het graan dat in het verwoeste Entrepotgebouw lag, heeft nog weken gesmeuld."
De oorlog was ook voor Geldof op 10 mei begonnen. ,,Ik werd 's ochtends wakker van de Duitse vliegtuigen die overkwamen. Die probeerden te landen op het vliegveld van Vlissingen, maar dat lukte niet omdat er allemaal karren op het veld waren gezet." Verder gebeurde er die dag nog weinig in de stad.
's Middags kwam Geldof Franse soldaten tegen in de Langeviele. ,,We riepen 'vive la France'. Dat vonden ze leuk. Er kwamen vanuit Zeeuws-Vlaanderen meer Fransen naar Walcheren. Ik dacht toen nog: 'we redden het wel'.
Geldof zat op de mulo in de Nederstraat. De school ging dicht omdat het gebouw nodig was voor de huisvesting van gemobiliseerde militairen. ,,Dat kwam goed uit, want ik had m'n tentamen niet geleerd." Geldof vond een nieuwe, spannender invulling van zijn tijd: ,,Ik zat bij de padvinderij en we werden gevraagd of we voor ordonnans wilden spelen, voor boodschappenjongen." Niet veel jongens deden dat, Geldof wel. Vanuit het politiebureau bracht hij folders rond met informatie voor de burgers over wat te doen bij een luchtaanval en wees hij Franse militairen de weg in de stad. Ook werd hij erop uit gestuurd om werknemers van De Schelde te melden dat ze naar Vlissingen moesten om te helpen schepen naar Engeland te transporteren.
In de dagen voor 17 mei vlogen regelmatig Duitse vliegtuigen over en werd daaruit geschoten. Twee padvinders stonden op de Lange Jan en deden verslag van wat ze zagen. Van hen kwam op 17 mei het eerste bericht van het naderend onheil: 'Ontploffingen op de Sloedam'. Rond één uur 's middags werden Geldof en de andere padvinders door inspecteur Verburg van politie gesommeerd naar huis te gaan en hun padvindersuniform uit te doen. ,,Onderweg naar huis kwam ik niemand tegen. Iedereen was weg."
In de Lange Gortstraat trof Geldof een leeg huis, maar zijn opa kwam hem even later halen en nam hem mee naar zijn huis in de Winterstraat. Het was inmiddels twee uur. ,,Toen kwamen de eerste vliegtuigen en bommen. Vlakbij de Winterstraat, daar waar nu de Blauwedijk is, was de Teerpakhuizenstraat. Daar viel een bom. Het glas vloog uit de ramen van m'n opa z'n huis en kwam over ons heen. Daarna werd het weer stil. We hebben het glas opgeruimd, de ramen dichtgetimmerd en zijn naar Sint Laurens gegaan. Daar zat iedereen: m'n opoe, oom en tante en m'n stiefmoeder. M'n vader kwam later. Die was vrijwilliger bij het Rode Kruis en hielp met het vervoer van de doden en gewonden."
,,Op 23 januari 1945 is m'n vader omgekomen door een mijn die uit een Duits vliegtuig werd gegooid. Hij was toen 49. In maart dat jaar ben ik met een vrijwilligersbataljon (wat later Bataljon Zeeland zou worden) naar Frankrijk gegaan. Dat was een oplossing voor mij. Toen kon ik weg. M'n hele leven heb ik een hekel gehad aan Duitsers."






Sorteer reacties














