Opslag van planken in de Hof van Ghijsen, genoemd naar de directeur. Zo had je ook de Hof van Tange als opslagplaats voor planken en balken, nu bekend als een parkeerterrein. foto collectie N. Julianus-Koppejan
Besneeuwde stammen drijven in de Middelburgse gracht. Links is houthandel Alberts & zonen, op de plaats waar nu het politiebureau, het kantoor van Scoop en een winkelcomplex staan.foto collectie Cor Sohier
Neeltje Koppejan met haar kleine zusje Rietje.foto N. Julianus-Koppejan
Stoomhoutzagerij G. Alberts stond bijna een eeuw in de stad.
Touwtje springen, dan ging het sneller. Maar toch: het was een heel eind van de Oude Vlissingseweg naar de hervormde school op het Molenwater.
Zie ook:
Neeltje was de jongste op één na van de vijf kinderen van Andries Koppejan en Maria Florisse. Vader was pakhuisknecht bij Alewijnse, een koopman op de hoek van de Langeviele en de Molenberg. Thuis was het geen vetpot en dus gingen de kinderen Koppejan naar de school op het Molenwater. "Dat was de school voor de gewone mensen. In de Singelstraat was nog een hervormde lagere school, maar die was meer voor de beter gesitueerden", herinnert 'Zus' zich.
Toch had ze het niet slecht getroffen. De Oude Vlissingseweg lag in de jaren dertig nog echt buiten de stad. Er lagen fraaie buitenhuizen aan. Zorgvrij, Gaternisse en, wat verder terug, Veldzigt. Deze statige panden staan er nog. Ongeveer waar nu het fietsbruggetje naar de wijk Veldzigt is, stond het 'koepeltje', het theehuis van de villa.
Opa en oma Florisse woonden er ook. Zij hadden een klein boerderijtje met wat vee en een soort tuinderij. Zus woonde op nummer 25, een rijtje huizen aan de overkant, meer richting de molen.
De woningen zijn gesloopt na de inundatie van Walcheren in 1944. Ook Buitenrust en De Parel verdwenen na de oorlog. Het Parelwegje herinnert nog aan het verleden.
In 1955 trouwde 'Zus' met Dirk Julianus die op kantoor werkte bij houthandel Alberts & Co. Het bedrijf beheerste sinds de jaren zeventig van de negentiende eeuw het beeld in het noordwesten van de stad. Het bedrijf was gevestigd aan Achter de Houttuinen, op de plaats waar nu onder meer het politiebureau staat. Het was een groot complex met een stoomzagerij en houtopslag.
Alberts was niet de enige industrie binnen de stadsgrenzen. Waar nu de Zeeuwse Bibliotheek staat, was ijzergieterij Boddaert; Polak had een ijzergieterij aan de Schoorsteenvegerssingel; naast de schouwburg aan het Molenwater stond de gasfabriek en de Vitrite lampenvoetfabriek was gevestigd aan de Maisbaai.
Wat Alberts &Co. zo speciaal maakte, was de aanvoer van zijn grondstoffen. De grachten lagen vol met boomstammen. Kinderen vonden het een sport om over die stammen te lopen. Dat was een gevaarlijk spelletje. Er zijn kinderen tussen de stammen onder water verdwenen en verdronken.
Het hout kwam uit Scandinavië. Via de kaaien en de grachten dirigeerden de mannen van Alberts de stammen richting de Herengracht. De stammen lagen een tijdje in het water te weken om ze geschikt te maken voor verdere verwerking. Bij de fabriek werden ze langs een helling omhoog getrokken en tot planken gezaagd.
Vrachtwagens reden af en aan naar de Loskade om de geproduceerde planken naar schepen te brengen voor verder transport.
Dirk Julianus klom op tot bedrijfsleider. "Alberts was een vooruitstrevend bedrijf", vertelt zijn vrouw. "Het was één van de eerste ondernemingen die een pensioentje regelde voor zijn personeel."
Dat sociale beleid was onder meer te danken aan Floor Wibaut, later beroemd geworden als wethouder volkshuisvesting in Amsterdam. Wibaut was aan het begin van de twintigste eeuw directeur bij het bedrijf.
"Ik herinner me ook nog het schaftlokaal. Een prachtig gebouw. Helemaal opgetrokken in artdeco-stijl. Zelfs de tafels en stoelen had Alberts speciaal laten ontwerpen. Er stond ook een hele grote zwarte kachel. Daar zetten de mannen hun 'puzzetje', een kan met koffie, op. Die was dan tegen schafttijd lekker opgewarmd."
In de jaren zestig vertrok houtzagerij Alberts uit de binnenstad. In 1973 wordt de productie naar Nieuwersluis verplaatst nadat het onderdeel was geworden van de onderneming Internatio. Zus verhuisde mee, maar keerde met haar gepensioneerde man terug naar Middelburg.






Sorteer reacties














