Annie Mes, één maand oud, bij moeder op schoot in de serre van de Gortstraat. Links haar vader, zus en een tante.
Op 17 mei 1940 werd een groot deel van Middelburg door oorlogsgeweld verwoest. De serie Middelburg 1940 en de website op www.pzc.nl laten de vooroorlogse stad herleven.
Als kind leerde de Middelburgse Annie Mes (1921) schaatsen van 'de
loopjongen'. Het is een ervaring die ze haar leven niet vergeet, omdat hij
is gekoppeld aan de bijzondere plek waar Annie de eerste tien jaar van haar
leven opgroeit: de Koninklijke Pianofabriek Antoine Mes aan de Gortstraat.
Haar vader François en oom Gomaris Mes runnen het familiebedrijf dat in de
hoogtijdagen wel dertig man personeel heeft. Het fabrieksterrein strekt zich
uit tot de Gravenstraat. "Daar zat de achteruitgang. Er was een
loopbrug van de ene naar de andere kant. En je had een droogkelder voor het
hout. Die moest altijd dichtblijven. Wij woonden naast de fabriek in een
vrij groot woonhuis met een serre, waar nu de antiekhandel zit."
Gedetailleerde herinneringen aan de fabriek heeft ze verder niet. "Wij
waren de eersten die stoommachines in gebruik hadden." Dat is haar
later verteld. Voor Annie is de pianofabriek vooral een geweldige speelplek.
Als Mes met de Zeeuwse knol en de kiepkar een piano gaat afleveren in Domburg,
zijn zij en de buurkinderen er als de kippen bij. ,,Dan mochten we mee en
zaten we de hele rit in die diepe kar naast de piano."
Ook een leuk speeltje zijn de liften, bedoeld om de piano's naar boven te
hijsen. "We takelden elkaar om beurten op. Halverwege kon je door een
raampje de gereformeerde school in kijken."
Hoeveel piano's er tussen 1874 en 1931 uit de fabriek zijn gerold, weet de nu
88-jarige kleindochter van de oprichter niet. Wel dat het er veel waren. In
haar huis aan de Pottenmarkt heeft ze een schilderij hangen dat is gemaakt
ter gelegenheid van de 500-e piano die Mes in 1899 bouwde. Zes jaar later
bereikt hij de mijlpaal van duizend piano's. Waarop hij de dertig werklieden
spontaan trakteert op een reisje naar de internationale expo in Luik.
Groot is de verslagenheid als 'Toon' Mes in november 1909 plots overlijdt. Hij
heeft de avond ervoor een mosselmaaltijd genuttigd. ,,Daarom wou mijn vader
nooit mossels eten."
Annie heeft haar grootvader nooit gekend. Ze wordt in 1921 geboren als tweede
uit een katholiek gezin met zeven kinderen. Als ze tien is, breekt de
crisistijd aan en duikelt de familie Mes van de sociale ladder. ,,Er werden
te weinig piano's verkocht. In 1931 is de pianofabriek gesloten."
,,Vader trok het zich erg aan", vertelt ze. "Toen hij vroeger dé
meneer Mes was, kwam de elite bij ons en werden we gefêteerd. De
gemeentedokter moest bij mijn opa zijn opwachting maken om te solliciteren
voor die baan. Later, toen vader maar een middenstandertje was, werd het een
stuk minder."
Omdat er brood op de plank moet komen, begint moeder Louise Mes-van Lokven een
handwerkzaak aan de Pottenmarkt 11. Vader bedient zijn oude klanten: hij
stemt en repareert hun piano's. Annie vindt het erg om te verhuizen naar het
kleine en donkere huis aan de Pottenmarkt. "Ik weet nog dat ik het hier
vreselijk somber en armoedig vond." Toch woont ze er bijna tachtig jaar
later nog. "Ons huis is het eerste van deze rij dat in 1940 gespaard is
gebleven. Verder staat heel de Langeviele er nog. Bij de bevrijding zijn er
alsnog vier granaten in ons huis gekomen. Wij schuilden hiernaast, bij
drankhandel Verdonk in de kelder. De voorgevel stond er nog, de winkel ook,
maar zodra je de gang in kwam, was er niks meer. "
De Middelburgse brengt haar middelbare-schooltijd door op een kostschool in
Bergen op Zoom. Tijdens het bombardement is ze achttien. "Ik was al
werkzaam in de winkel." Een paar maanden daarvoor was Josy geboren. "Zij
was het zevende kind. Vanwege dat zusje moest ik thuiskomen."
Op dat moment neemt haar leven een andere wending. Vanwege haar passie voor
reizen en talen had ze het liefst op een reisbureau gewerkt. Maar ze staat
tot op de dag van vandaag achter de toonbank van het 'wolwinkeltje' aan de
Pottenmarkt. "Dat het uiteindelijk goed beviel, kun je wel zien. Ik
werk hier al zeventig jaar!"
De oorlogsjaren zijn een uitdaging voor de onderneemster. "Breiwol was
heel moeilijk te krijgen. We deden oude kleding in zakken. Dat werd
gerecycled. Wat daar uit kwam was natuurlijk geen zuivere wol, maar
Scheepjes en Neveda konden weer spinnen. De mensen waren dolgelukkig als ze
maar wat konden kopen. Van tafelzeil maakten wij speelgoedbeestjes. Die
vlógen de deur uit."
Op één zus na zijn al haar broers en zussen nog in leven. Annie Mes trouwde
nooit. "Ik heb 'de ware' niet gevonden. Maar ik moet eerlijk zeggen dat
ik dat niet erg vind. Ik heb een prettig leven gehad."


Sorteer reacties











