Als de Veerse politiek de regels steeds meer loslaat, zoals aangekondigd in de verkiezingsstrijd, ziet Recron het aantal standplaatsen bij het kleinschalig kamperen de komende jaren nog met vele honderden stijgen. Daarmee, zegt Recron-woordvoerder Joke de Witte, wordt de markt overvoerd. "Er is totaal geen behoefte aan. We krijgen dan nog meer van hetzelfde."
De afgelopen jaren stond de gemeente toe dat 45 van de 170 minicampings uitbreidden van 15 naar 25 standplaatsen. De gemeente stelde daar eisen aan. Zo mochten minicampings alleen uitbreiden als ze aan zekere kwaliteitseisen voldeden en onderdeel waren van een 'reëel agrarisch bedrijf'. Maar de gemeente verzuimde precies aan te geven wat daaronder moest worden verstaan. Dat leidde tot juridische procedures. Rechters stelden al enkele keren vast dat ten onrechte vergunnigen zijn verstrekt om uit te breiden, en dat aan een ander ten onrechte een vergunning was geweigerd.
De nieuwe gemeenteraad moet dat nu weer recht zien te breien. Recron spreekt geen oordeel uit over de huidige 'misschien onrealistische regels', maar ziet het er wel van komen dat de gemeente zich alleen maar uit het probleem kan redden door beperkende regels los te laten. "Dan is het hek van de dam", zegt De Witte namens de grote kampeerbedrijven.
Ze vreest dat de gemeente dan ook een deel van de resterende mincampings vergunning zal moeten geven om uit te breiden. En dat terwijl minicampings nu al dreigen uit te groeien tot een overnachtingssector van formaat. "Ook zal de vaste jaarplaats en de verhuurchalet op de minicampings volop zijn intrede doen."
Dat gaat ten koste van de gewone kampeerbedrijven, 'waar in de loop der jaren enorm in is geïnvesteerd'. Die normale kampeerbedrijven benadrukken dat ze van groot belang zijn voor de werkgelegenheid in de gemeente en dat driekwart van de bestedingen van hun gasten terecht komt bij de Veerse detailhandel, horeca, bouw en andere bedrijven.
In een brandbrief aan de nieuwe gemeenteraad schrijft Recron over dit alles verontrust te zijn. De organisatie bepleit voor de normale kampeerterreinen een gelijk percentage aan uitbreidingsplaatsen als in de sector van de minicampings. De normale kampeerbedrijven kregen van de gemeente een uitbreidingscapaciteit toegewezen van in totaal 600 plaatsen. Dat is relatief minder dan de 450 plaatsen die minicampings er in totaal bij kregen. Ook vragen de kampeerbedrijven om snellere procedures bij uitbreiding of verplaatsing van hun bedrijven en om dezelfde (soepelere) regels voor landschappelijke inpassing, geluidsoverlast en veiligheid die ook gelden voor minicampings. Tenslotte vragen de normale kampeerterreinen toestemming om hun dagreactie (bijvoorbeeld een zwembad, sauna, speeltuin, horeca en welness-voorzieningen) het hele jaar open te houden, ook voor niet-recreanten.


Sorteer reacties











