Abraham Pouwelse met zijn groentekar. Onder de kar staat hond Polly.foto collectie Ineke Littooij-van Hooijdonk
Op 17 mei 1940 werd een groot deel van Middelburg door oorlogsgeweld
verwoest. De serie Middelburg 1940 en de website op
www.pzc.nl laten de vooroorlogse stad herleven.
Zie ook:
Abraham Pouwelse poseert met zijn hondenkar vol groenten. "De foto moet
voor 1936 genomen zijn", vertelt zijn kleindochter Ineke Littooij-van
Hooijdonk uit Middelburg. Haar grootvader overleed dat jaar op 55-jarige
leeftijd. Ze weet het niet zeker, maar ze vermoedt dat de foto genomen is in
de Lange Delft.
Ineke kent haar grootvader alleen uit de verhalen,
want ze is een 'oorlogskind', uit 1944. "Mijn grootvader leurde in
Middelburg met een handkar met een grote herdershond eronder." Van de
hond, Polly, zijn op de foto de achterpoten te zien. "Het moet een
ontzettend lieve hond zijn geweest, zo is ons altijd verteld. Omdat het in
de crisistijd geen vetpot was voor het grote gezin, was mijn grootvader ook
toonder op de groenteveiling, die toen in de Vleeshal van het Stadhuis was
gevestigd. Ook werden er in de winkel bosjes aanmaakhout verkocht voor wat
extra inkomsten."
Abraham Pouwelse kwam oorspronkelijk uit
Westkapelle, zijn vrouw Fransina Pouwelse-Kaljouw uit Serooskerke. "Ze
moeten voor 1908 al naar Middelburg zijn verhuisd, want mijn oudste tante is
dat jaar in Middelburg geboren." Het echtpaar Pouwelse had een
groentewinkel in Middelburg. Eerst in de Wagenaarstraat/hoek Bree en later
in de Zusterstraat op nummer 21. "Ze hadden zes kinderen: Nel, Jan,
Maarten, Stien, Fransien en de jongste dochter Betsie, die mijn moeder was.
Toen grootvader in 1936 overleed, moest mijn oom Maarten, die daarvóór
bakkersknecht was, 'thuiskomen' zoals dat heette, om het bedrijf samen met
zijn moeder voort te zetten", vertelt Ineke.
De oorlog zette
ook het leven van het gezin Pouwelse op zijn kop. "Toen we bij het
uitbreken van de oorlog in 1940 voor onze eigen veiligheid de binnenstad
moesten verlaten, ging het hele gezin, behalve Jan en Stien die inmiddels
waren getrouwd, lopend naar familie in Oostkapelle. De oude grootmoeder, die
ook in huis was, zat boven op de hondenkar. Ze namen weinig mee, want,
dachten ze, zo erg zou het wel niet worden. Maar tijdens het bombardement is
het hele huis plus de winkel volledig afgebrand. We hebben dan ook maar één
enkele foto van de winkel vóór de brand. In de eerste jaren na de brand
leurde mijn oom vanuit een pakhuis aan de Verwerijstraat. Na de oorlog werd
de winkel in het kader van de bouwplicht voor herbouw weer opgebouwd op
nummer 37. De Zusterstraat, die voor de oorlog erg smal was, werd nu breed
met een perk in het midden. Mijn oom heeft de zaak samen met zijn vrouw
Simmie en zijn zus Fransien voortgezet. Hij ging ook met groenten langs de
deur met paard en wagen en later met een gemotoriseerde kar."














