Bakkerij Hendrikse op de hoek van de Rotterdamsekaai en de Nederstraat. De bakkerij werd in september 1939 overgenomen door het echtpaar Adriaan en Bastiana Rotte-de Bruine (rechts). foto's collectie familie Rotte
De hoek van de markt met zicht op de Lange Delft en links de hoek met de Lange Burg. De foto dateert waarschijnlijk uit de jaren twintig en komt uit de collectie van mevrouw J. de Jong-Wattel uit Etten-Leur. Haar tante Christiane de Dreu liet haar een collectie fotokaarten na, waarvan dit er één is.
Zie ook:
Op de hoek van de Rotterdamsekaai en de Nederstaat begon Arie's vader in september 1939 een bakkerij. Hij had de zaak overgenomen van bakker Hendrikse. De foto die Arie laat zien, is van voor de overname. Wie de mannen op de foto zijn, kan hij niet zeggen.
Adriaan (Adri) Rotte kwam uit een bakkersfamilie op Schouwen-Duiveland. Adri was de oudste van vier broers. Nadat hij jaren de bakkerij van zijn onverwachts overleden vader had bestierd, trok hij na zijn huwelijk naar Walcheren, meer bepaald naar Middelburg. Adri zag een gouden toekomst voor zich weggelegd in de provinciehoofdstad. Voor 13.000 gulden namen Adri en zijn vrouw Bastiana ('San') de Bruine de bakkerij op de hoek van de Rotterdamsekaai over van J.C. Hendrikse. Het was een zogenaamde kelderbakkerij. Dat wil zeggen dat de oven in de kelder stond. De opslag was op zolder en op de begane grond was de winkel. Het meeste brood werd met de fiets thuis bezorgd. Op de foto is die fiets met de mand nog net te zien.
In de familiekroniek van de familie Rotte vertelt San hoe de prijs bepaald werd. "We verbakten toen dertien baaltjes bloem. De prijs van een bakkerszaak werd uitgedrukt in duizend gulden per baal." Een goudmijn was de bakkerij zeker niet. "Toen we in 1939 begonnen, was de prijs van één brood zeventien cent. De eerste knecht die we hadden, verdiende veertien gulden per week, een dienstmeisje voor hele dagen drie gulden per week. Zelf ontvingen we die eerste maanden ongeveer vijf gulden op doordeweekse dagen en op zaterdag dertig gulden. Al met al was dat een goede week. Ongelooflijk, toen gelukkig te kunnen zijn met een omzet van 55 gulden. Waar dan nog alles van af moest."
Acht maanden na de overname, op 17 mei 1940, zagen Adri en San hun zaak letterlijk in rook opgaan. In de familiekroniek zegt San: "M'n bin op 'n schoen en 'n sloffe naer Middelburg 'ekomme, in die bin nog verbrand." Adri ging 'inbakken' bij andere bakkers. Eerst bij de coöperatieve bakkerij Vooruit aan de Nederstraat. Later kon Adri terecht bij zijn neef Piet Rotte aan de Varkensmarkt. Na de oorlog betrokken Adri en San hun eigen zaak aan de Londensekaai. In de jaren vijftig werd bakkerij De la Vienne aan de Gravenstraat overgenomen. Adri Rotte overleed op 66-jarige leeftijd; hij was 52 jaar bakker geweest.


















