Boeren kwamen naar Kloareco voor hun manden

door Albert Prins. zaterdag 13 februari 2010 | 07:14 | Laatst bijgewerkt op: zaterdag 13 februari 2010 | 11:48

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Mandenmaker Teeuwes Klercq woonde aan de Vlasmarkt. Hij werkte voor de boeren in de streek, maar hij leverde ook aan wijnhandel Denevers. foto's collectie Albert Prins

Mandenmaker Teeuwes Klercq woonde aan de Vlasmarkt. Hij werkte voor de boeren in de streek, maar hij leverde ook aan wijnhandel Denevers. foto's collectie Albert Prins

Uit Geleen ontvingen we van oud-Middelburger Albert Prins het verhaal over zijn grootouders Klerq die aan de Vlasmarkt woonden.

Zijn opa was mandenmaker en opoe dreef de winkel. Prins is zelf geboren in het huis 'Clijn Paradijs', Vlasmarkt 46. Later kwam de familie terecht op de Korte Delft. "Eind 1962 is onze familie vertrokken uit de Korte Delft 48. Het huis/onze winkel zou worden afgebroken, naar Limburg. De nieuwe wonplaats werd Geleen."

"Vanaf mijn derde, vierde jaar kan ik veel herinneren en dat is wel bijzonder. Daarnaast heb ik veel verhalen, anecdotes en vertellingen van mijn moeder en tantes opgetekend,waardoor ik een beeld kan schetsen van hun jeugd en bijzondere omstandigheden. Gebruiken uit hun jeugd, straattypes, eigenaardigheden in de familie en hoe de sociale verhoudingen behoorden te zijn. " De Vlasmarkt was voor de oorlog en ook nog kort daarna de 'straat' waar alles te koop was wat je in een mensenleven nodig had. Nou ja, bijna alles. Voor de dokter moest je wel de straat uit en voor de tandarts ook. Maar voor de rest kon je terecht bij Dronkers voor de dagelijkse boodschappen. Opoe Klercq was er een geregelde klant voor een pond gebroken koekjes of een kontje ham. Dat was voor de poes, zoals ze zich verontschuldigde. Wel nee, zo zuinig als ze was, kwam dat op tafel. En dat wist Dronkers best wel, maar liet dat diplomatiek onbemerkt. Ze was immers een goeie klant. Verder moest bij de groenteman ook geen prei naast de kist vallen, want die beschouwde ze voor de 'goe gemeente' en kreeg een bestemming in de soep.

Haar zuinigheid was niet gierig bedoeld, nee, ze moest zich economisch door het leven slaan. Ze had een winkel te bestieren en de inkomsten waren niet bepaald voorzienig.

Haar man, Teeuwes Klercq, was mandenmaker en moest het hebben van opdrachten van de boeren uit de streek. En ze kenden hem allemaal. Klaoreco, zoals de boeren die moeilijke Franse naam verbasterden was een begrip voor degelijk werk. Teeuwes had er een devies van gemaakt "Klaorcq maokt hoed waorek". Alleen moesten ze hem niet dwingen om snel te leveren. "Nee, nee k'eb gheen tied 'oor, dás veel te veel waork, hé" De boer was de straat nog niet uit, of hij zette zich al aan het werk.

Zijn mooiste opdrachten kwamen van wijnhandel Denevers, die leverde bobbels aan, waar een mand omheen gevlochten moest worden. Voorzichtig zette hij de wijnfles aan zijn mond en proefde of er nog wat lekkers uitkwam. Die geneugte kwam door zijn Franse herkomst, kon hij verklaren. Die Franse herkomst zat hem ook wel eens dwars, wanneer het werk niet wilde vlotten. Dan schold hij met zelfbedachte scheldwoorden, "Je zou ut wegsoosen, dat rot dingh". Bij zo'n toestand ontvluchtte hij zijn werkplaats en zocht begrip bij zijn koekeroetjes, wat bekend stond als pauwduifjes. Zo'n situatie duurde nooit lang. Opoe sommeerde hem weer tot de orde. De omzet mocht geen gevaar lopen.

Verder kon hij geen mens kwaad doen en was zo gul als Sinterklaas. Wanneer bode Coppoolse, die manden kwam ophalen, was het vaste ritueel dat hij naar de kast liep, een doosje sigaren presenteerde en zei: "Ier, 'ier 'eb jie ook wat, jie bin ook maor 'n aermere drommel". Coppoolse kende dit gebaar en wist dat weigeren op onbegrip zou stuiten. Andersom moest de bode wel op tijd het geld afdragen. Gebeurde dat niet dan kon je Klercq uren lang zien staan posten op het bodenplein in afwachting van Coppoolse's aantocht. Met een scheef oog, een sigaar in de mond en na lang ongeduldig dremmelen liep hij op de bode af en zei; "Coppoolse ik krieg nogh 'n kwartje van joe". De bode grabbelde wat in zijn leren geldtas en overhandigde Klercq zijn kwartje. Prompt stekkerde Klercq naar het sigarenwinkelje bij het Bodenplein en kocht er een paar lekkere sigaren voor. Opoe wist daar niks van en mocht dat ook niet weten. Het was voor hem zijn kleine vrijheid die hij koesterde.

Reacties op deze rubriek kunt u sturen naar:

Redactie PZC, Postbus 91, 4330 AB Middelburg tav Middelburg 1940; of per email naar middelburg1940@pzc.nl
 
Reacties
laatste eerstSorteer reacties
Graag zou ik te weten komen of,de in het artikel Boeren komen naar Klerck, de bode Coppoolse afkomstig was van Aagtekerke.Zo ja dan was dat mijn opa. Hij had een bode dienst Aagtekerke -Middelburg v.v.Woonde tot 1925 op Aagtekerke en verhuisde in <25 naar Middelburg,waar hij aan de Oude Veersewg een boeren bedrijfje had.en in 1929 overleed. zelf heb ik hem niet gekend,en weet erg weinig van zijn doen en laten.Weet de schrijver van genoemd artikel meer over bode Coppoolse.

g.van kleven.
g.van kleven - 15-02-2010 | 20:56

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig


Op de website van de PZC kunt u reageren op forums en artikelen. Zo weet de redactie wat er leeft. Sommige bijdragen worden ook gepubliceerd in de papieren krant. Reacties worden niet automatisch geplaatst.


De redactie behoudt zich het recht voor reacties te weigeren of in te korten. Over het al dan niet plaatsen van reacties wordt niet gecorrespondeerd. Het IP-adres van de afzender van een reactie wordt automatisch opgeslagen in het redactioneel systeem. Het kan worden afgestaan aan derden in het kader van een strafrechtelijk (voor)onderzoek wanneer een groot maatschappelijk belang in het geding is.


Walcheren

De PZC herbouwt het stadscentrum van het Middelburg van 1940 Dossier Fonteyne Dossier Spuikom