Op het Molenwater werd volop gevoetbald. 's Avonds waren er vliegerwedstrijden. Rechts de school met de bijbel. foto Beeldbank Zeeland/Zeeuwse bibliotheek
Zijn ouders hadden al een heel leven achter zich toen Jan Plantefeber in
1925 werd geboren. Zijn wieg stond in Colijnsplaat, waar zijn ouders na een
avontuur in Amerika waren terechtgekomen. In 1911 waren ze geëmigreerd, maar
zeven jaar later keerden ze Michigan de rug toe en ging het gezin terug naar
Zeeland.
Jan Plantefeber en Maria Planteber-Platschorre waren 48 jaar toen Jan zich
aandiende. Vader en moeder Plantefeber hadden al vier (veel) oudere
kinderen. Zijn oudste zus was 21 jaar ouder en het verschil met zijn jongste
zus was zeven jaar. Daartussen zaten nog twee broers.
Leuk was het
niet om een nakomertje te zijn. "Mijn ouders waren erg gesloten, erg
teruggetrokken. Over de tijd in Amerika vertelden ze nooit wat. Er leek op
veel dingen een taboe te rusten."
Van Colijnsplaat herinnert
Jan zich niets. Toen hij twee jaar was verhuisde het gezin naar Middelburg
waar zijn ouders café De Gekroonde Valk overnamen. De familie Plantefeber
woonde boven de kroeg. Het stond op de hoek van de Zuidsingel en de Korte
Noordstraat, waar nu al jaren het gapende gat van de bouwput ligt te wachten
op invulling.
"Het was een echt volkscafé. Veel straattypes
kwamen binnen om er te bedelen of een borreltje te pakken. Ze hadden
allemaal bijnamen: vrouw-hondje-pies, Gusta de spiritusdrinkster en
vrouw-ezeltje-op-de-buik. Die had een tatoeage van een ezel op haar buik.
Voor vijf cent liet ze die zien. En natuurlijk was er veel aanloop van de
kazerne die praktisch naast het café stond, in de Noordstraat.
Hij was pas zes jaar toen zijn ouders noodgedwongen het café van de hand
deden. Toch ziet hij het interieur nog zo voor zich: "De toog met die
grote tapkraan. Het bier moest nog echt uit het vat gepompt worden. Het
koperen hek om de toog en de kwispedoor op de grond. Een spuugbak voor
mensen die tabak pruimden. Mijn vader moet zijn tijd ver vooruit zijn
geweest, want we hadden ook een elektrische piano. En op donderdag waren er
gratis mosselen om klanten te lokken."
In 1931 moest De
Gekroonde Valk sluiten. Door de crisis raakte de loop uit het café en het
gezin verhuisde naar de Lange Geere. "De crisis was een ramp."
Zijn vader, de man was toen al 54 jaar, werd afhankelijk van de
werkverschaffing. Jan senior ging aan de slag als grondwerker op Oranjezon.
Hij mocht daar een half jaar werken en dan moest hij verplicht drie
'penweken' thuiszitten. "Ze gingen ervan uit dat je in die zes maanden
genoeg gespaard had om het drie weken uit te zingen."
Het was
een tijd vol vernederingen. Als het kermis was, stonden inspecteurs te
kijken of een werkeloze geen geld over de balk gooide. Als iemand die steun
kreeg in de bioscoop werd gezien of in het café, moest hij zich komen
verantwoorden bij het arbeidsbureau. Grote kans dat de steun werd
ingetrokken. "Ik herinner me nog dat moeder bij het Crisiscomité
linnengoed had aangevraagd. We woonden toen op de Wal. Twee dames van het
Crisiscomité klopten aan en eisten dat ze in de linnenkast mochten kijken.
Mijn moeder reageerde woedend: 'Gaan jullie vrijwillig weg, of moet ik
jullie de trap afgooien', riep ze. Ik ben er na zeventig jaar nog altijd
trots op dat ze dat zei", glundert Jan.
Voor hem persoonlijk
had de crisis grote gevolgen. Hij ging naar de School met de Bijbel aan de
Zuidsingel, op de plaats waar nu de Acaciahof, voorheen De Casembrootschool,
staat. "We kregen daar bijzonder goed onderwijs. We leerden
telefoneren, postwissels schrijven en er was een schoolkrant waar het
wereldnieuws in stond. In de hogere klassen kreeg je Frans en Engels."
Jan kon goed leren en had naar de HBS gekund als zijn ouders er het geld voor
hadden gehad. Maar geld voor kleding en boeken was er niet, dus werd het de
ambachtschool.
"Het Engels en Frans werd ook stopgezet. Ik was
zo teleurgesteld."
Er waren kinderen die het nog slechter
hadden. Elke dag zag Jan de kinderen van Kinderzorg vanaf de Veersesingel op
klompen aan komen lopen in hun blauwwitte gestichtskleren.
Toch
zijn er ook mooie herinneringen aan zijn jonge jaren: "Op het
Molenwater werd volop gevoetbald. Er was zelf een competitie met
werklozenteams. 's Avonds waren er vliegerwedstrijden. Stiekem meeproberen
te rijden met het dievenkoetsje dat de gevangenen naar de rechtbank bracht."
Reacties: Redactie PZC, postbus 91, 4331 AB Middelburg, ovv
Middelburg 1940 of per email:
middelburg1940@pzc.nl

















