De vrouw-met-de-ezel liet voor vijf cent haar tatoeage zien

door Theo Giele. zaterdag 02 januari 2010 | 03:46 | Laatst bijgewerkt op: dinsdag 12 januari 2010 | 13:01

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Op het Molenwater werd volop gevoetbald. 's Avonds waren er vliegerwedstrijden. Rechts de school met de bijbel. foto Beeldbank Zeeland/Zeeuwse bibliotheek

Op het Molenwater werd volop gevoetbald. 's Avonds waren er vliegerwedstrijden. Rechts de school met de bijbel. foto Beeldbank Zeeland/Zeeuwse bibliotheek

Zijn ouders hadden al een heel leven achter zich toen Jan Plantefeber in 1925 werd geboren. Zijn wieg stond in Colijnsplaat, waar zijn ouders na een avontuur in Amerika waren terechtgekomen. In 1911 waren ze geëmigreerd, maar zeven jaar later keerden ze Michigan de rug toe en ging het gezin terug naar Zeeland.

Jan Plantefeber en Maria Planteber-Platschorre waren 48 jaar toen Jan zich aandiende. Vader en moeder Plantefeber hadden al vier (veel) oudere kinderen. Zijn oudste zus was 21 jaar ouder en het verschil met zijn jongste zus was zeven jaar. Daartussen zaten nog twee broers.

Leuk was het niet om een nakomertje te zijn. "Mijn ouders waren erg gesloten, erg teruggetrokken. Over de tijd in Amerika vertelden ze nooit wat. Er leek op veel dingen een taboe te rusten."

Van Colijnsplaat herinnert Jan zich niets. Toen hij twee jaar was verhuisde het gezin naar Middelburg waar zijn ouders café De Gekroonde Valk overnamen. De familie Plantefeber woonde boven de kroeg. Het stond op de hoek van de Zuidsingel en de Korte Noordstraat, waar nu al jaren het gapende gat van de bouwput ligt te wachten op invulling.

"Het was een echt volkscafé. Veel straattypes kwamen binnen om er te bedelen of een borreltje te pakken. Ze hadden allemaal bijnamen: vrouw-hondje-pies, Gusta de spiritusdrinkster en vrouw-ezeltje-op-de-buik. Die had een tatoeage van een ezel op haar buik. Voor vijf cent liet ze die zien. En natuurlijk was er veel aanloop van de kazerne die praktisch naast het café stond, in de Noordstraat.

Hij was pas zes jaar toen zijn ouders noodgedwongen het café van de hand deden. Toch ziet hij het interieur nog zo voor zich: "De toog met die grote tapkraan. Het bier moest nog echt uit het vat gepompt worden. Het koperen hek om de toog en de kwispedoor op de grond. Een spuugbak voor mensen die tabak pruimden. Mijn vader moet zijn tijd ver vooruit zijn geweest, want we hadden ook een elektrische piano. En op donderdag waren er gratis mosselen om klanten te lokken."

In 1931 moest De Gekroonde Valk sluiten. Door de crisis raakte de loop uit het café en het gezin verhuisde naar de Lange Geere. "De crisis was een ramp."

Zijn vader, de man was toen al 54 jaar, werd afhankelijk van de werkverschaffing. Jan senior ging aan de slag als grondwerker op Oranjezon. Hij mocht daar een half jaar werken en dan moest hij verplicht drie 'penweken' thuiszitten. "Ze gingen ervan uit dat je in die zes maanden genoeg gespaard had om het drie weken uit te zingen."

Het was een tijd vol vernederingen. Als het kermis was, stonden inspecteurs te kijken of een werkeloze geen geld over de balk gooide. Als iemand die steun kreeg in de bioscoop werd gezien of in het café, moest hij zich komen verantwoorden bij het arbeidsbureau. Grote kans dat de steun werd ingetrokken. "Ik herinner me nog dat moeder bij het Crisiscomité linnengoed had aangevraagd. We woonden toen op de Wal. Twee dames van het Crisiscomité klopten aan en eisten dat ze in de linnenkast mochten kijken. Mijn moeder reageerde woedend: 'Gaan jullie vrijwillig weg, of moet ik jullie de trap afgooien', riep ze. Ik ben er na zeventig jaar nog altijd trots op dat ze dat zei", glundert Jan.

Voor hem persoonlijk had de crisis grote gevolgen. Hij ging naar de School met de Bijbel aan de Zuidsingel, op de plaats waar nu de Acaciahof, voorheen De Casembrootschool, staat. "We kregen daar bijzonder goed onderwijs. We leerden telefoneren, postwissels schrijven en er was een schoolkrant waar het wereldnieuws in stond. In de hogere klassen kreeg je Frans en Engels."

Jan kon goed leren en had naar de HBS gekund als zijn ouders er het geld voor hadden gehad. Maar geld voor kleding en boeken was er niet, dus werd het de ambachtschool.

"Het Engels en Frans werd ook stopgezet. Ik was zo teleurgesteld."

Er waren kinderen die het nog slechter hadden. Elke dag zag Jan de kinderen van Kinderzorg vanaf de Veersesingel op klompen aan komen lopen in hun blauwwitte gestichtskleren.

Toch zijn er ook mooie herinneringen aan zijn jonge jaren: "Op het Molenwater werd volop gevoetbald. Er was zelf een competitie met werklozenteams. 's Avonds waren er vliegerwedstrijden. Stiekem meeproberen te rijden met het dievenkoetsje dat de gevangenen naar de rechtbank bracht."

Reacties: Redactie PZC, postbus 91, 4331 AB Middelburg, ovv Middelburg 1940 of per email: middelburg1940@pzc.nl

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig


Op de website van de PZC kunt u reageren op forums en artikelen. Zo weet de redactie wat er leeft. Sommige bijdragen worden ook gepubliceerd in de papieren krant. Reacties worden niet automatisch geplaatst.


De redactie behoudt zich het recht voor reacties te weigeren of in te korten. Over het al dan niet plaatsen van reacties wordt niet gecorrespondeerd. Het IP-adres van de afzender van een reactie wordt automatisch opgeslagen in het redactioneel systeem. Het kan worden afgestaan aan derden in het kader van een strafrechtelijk (voor)onderzoek wanneer een groot maatschappelijk belang in het geding is.


Walcheren

De PZC herbouwt het stadscentrum van het Middelburg van 1940 Dossier Fonteyne Dossier Spuikom