Vlnr: Ella Bosdijk, Maatje Maas - het dienstmeisje van de familie Adriaanse - , Annemieke en Catelijntje Adriaanse. foto collectie Annemieke Adriaanse
De Lange Delft voor de oorlog. Rechts het statige pand van de Provinciale Bibliotheek, op de achtergrond het torentje van de Gasthuiskerk waar toen nog huizen voor stondem.
De Kreek. Zo werd de Lange Delft ook wel genoemd. "Jongens en meisjes
liepen heen en weer door de straat. Flanerend, zo langs elkaar heen. Kreken,
zo noemden ze dat." Annemarie Adriaanse (1932) ziet de jongens en
meisjes nog lopen. Ze is geboren op de Lange Delft.
"We woonden in een heerlijk huis. Ik zie het zo weer voor me. De
wenteltrappen, de kamers-en-suite en de serre. Ons huis was aan de kant van
de Provinciale Bibliotheek. Die stond een eindje verderop. Naast ons was de
modewinkel van juffrouw Corbijn, een statig mens met een knotje op haar
hoofd. Onze tuin grensde aan die van die van Bosdijk, een handelaar in
Fongers rijwielen. Die had een prachtige tuin met een perkje waar kinderen
leerden fietsen. Je had toen nog geen speciale kinderfietsen. Ze zetten
blokken op de trappers zodat je er met je voeten bij kon komen.
"
Bij ons thuis waren ook altijd dieren." Ze laat een foto zien waarop ze
met haar oudere zus Catelijntje en het buurmeisje Ella Bosdijk staat met
konijnen en een kat. Het dienstmeisje Maatje Maas, in dracht gekleed, houdt
een een geitje - 'Mekkie' - vast.
Haar eigen vader, Piet Adriaanse
was advocaat, net als zijn vader. "Mijn overgrootvader was arbeider bij
houthandel Alberts. Hij had een paar briljante kinderen die konden gaan
studeren." 'Meester Piet' was een advocaat van het volk, vertelt zijn
dochter. "Hij ging ook gewoon naar het volkscafé 't Zinken Toogje in de
Geere. Hij vond dat prachtig."
Vader Adriaanse stuurde zijn
twee dochters naar school J op het Veerse Bolwerk, bij de Nederstraat. Een
openbare school, waar kinderen uit alle rangen en standen onderwijs kregen.
Hij was in de jaren dertig ook voorzitter van voetbalvereniging Middelburg. "
Ze voetbalden aan de Nadorstweg en volgens mij hebben ze ook gespeeld aan de
overkant van het kanaal. Op een veld bij de meelfabriek."
Een
cartoon waarop haar vader als voetballer staat afgebeeld hangt nog altijd
bij Annemarie ingelijst aan de muur. Net als een herinnering aan het kamp
Sint Michielsgestel, waar de Duitsers tijdens de bezetting Nederlandse
gijzelaars hadden opgesloten. "Mijn vader was een bekend figuur in de
stad. Daarom werd hij in 1942 opgepakt."
Het was een
onbezorgde jeugd, voor de oorlog. In haar familiealbum bewaart Annemarie ook
foto's van strandvakanties in Zoutelande. "Dokter Feikema uit de Sint
Pieterstraat bracht ons dan met de auto naar het strand." De ongehuwde
dokter was een huisvriend van het gezin. Op 17 mei 1940 veranderde alles en
raakte zowel de dokter als het gezin Adriaanse hun huis kwijt. Feikema en de
Andriaanses vonden onderdak in een pand op de Dam. "Toen was het alsof
we twee vaders hadden." Totdat haar vader werd weggevoerd. Acht maanden
lang woonde Annemarie met haar moeder en zus daarna in Utrecht om daarna
terug te keren naar Middelburg. "Van de autoriteiten mocht moeder
eigenlijk maar met één kind terug naar Zeeland. Ze wilde mij natuurlijk niet
achterlaten. Dus liet ze me bij controles in de trein lekker rondrennen. Ze
hadden niets in de gaten." Een jaar later werd Piet Adriaanse
vrijgelaten en werd hij met zijn gezin herenigd.
Reacties op deze
rubriek kunt u sturen naar: Redactie PZC, t.a.v. Middelburg 1940, postbus
91, 4330 AB Middelburg; email:
middelburg1940@pzc.nl






Sorteer reacties














