Waarom zijn vader halverwege de jaren dertig het limonadefabriekje van Hildernisse overnam, weet Paul Koole (1926) tot op de dag vandaag niet. "Wij woonden op Sint Laurens en mijn vader had een melkwijk in Middelburg.
Met paard en wagen ging hij langs zijn klanten. Zo kwam hij ook veel bij hotels. Misschien dat hij daar zag dat limonade in opkomst was."Het limonadefabriekje was eerst gevestigd in de Geere. In 1937 verhuisde de firma naar de Langeviele, naar het pand waar nu meubelzaak De Bruijn is gevestigd. Voordat de limonadefabriek en de familie Koole in het grote pand trokken, was het eerst een verpleegtehuis en later een vleeshouwerij geweest. "Er waren in die jaren wel vijf limonadefabrieken in de stad", herinnert Paul Koole zich.
Zijn vader heette David, vandaar de naam Dé-Ko limonade-gazeuse. Koole had een eigen vrachtwagen. "Een Diamond. Daardoor konden we onze klanten in heel Zeeland bevoorraden. Mijn vader had zijn vaste routes. Hij verkocht aan cafés en kruideniers onze eigen limonade, maar ook Dommelsch bier, Wilson limonade en ook al chocomel. Eerst maakte hij met de fiets een ronde om bestellingen op te nemen. Daarna leverde hij de spullen af." Paul mocht in de schoolvakanties wel eens mee. Hij ging naar de gereformeerde lagere school aan de Herengracht. "We liepen dan wel eens over de boomstammen die in de gracht lagen. Dat hout was bestemd voor de houthandel Alberts." De zevende klas zat Paul in de gereformeerde school aan de Gravestraat.
In de zomer had vader Koole acht man in dienst, in de winter de helft, want dan was er veel minder vraag naar limonade. "De frisdrank ging in driekwart literflessen. Twee voor een kwartje. Het was toen echt een luxe-product."
Paul Koole herinnert zich de Langeviele als een straat vol bedrijvigheid. In gedachten loopt hij door de lange straat. "Er waren vier bakkers en slagers in de straat, de rijwielhandel van Jongepier ('daar stalden de boeren hun fietsen op marktdag'), meubelzaak Gabriëlse en de winkel van Brouwenaar en Van de Kamer die boerengoed, kleding en dracht verkocht. Daar stonden de kopers voor in de rij. Melkslijter Van den Driest, groenteboer De Plaa, Verhaage, de grossier in snoepgoed en Bogaert, grossier in wat toen heette 'galanterieën', dokter Peeck, tandarts Van Veen." Zo kan Paul Koole nog verder gaan. Voor alles en iedereen kon je terecht tussen de Kloveniersdoelen en de Pottenmarkt.


Sorteer reacties














