Het directiebureau van volkskundige en Middelburger Pieter Jacobus Meertens - 'meneer Beerta' uit de romancyclus van J.J. Voskuil - is tot half januari te zien in de jubilerende Zeeuwse Bibliotheek. foto Lex de Meester
Oprichter Piet Meertens is een van de hoofdrolspelers uit de zevendelige roman Het Bureau (1994). Die schreef Voskuil na zijn pensionering als volkskundige bij het Instituut voor Dialectologie, Volks- en Naamkunde - het huidige Meertens Instituut. In vijfduizend pagina's beschrijft hij zijn tijd bij zijn werkgever in Amsterdam en de omgang met collega's.
Wie de boeken kent, kent ook het enorme houten bureau van Anton Beerta, de baas van Voskuils alter ego Maarten Koning. Dit bureau is overigens niet hetzelfde bureau als dat in de titel van de boeken. Die slaat op het instituut zelf. Koning ging niet naar kantoor maar noemde zijn werkplek 'het bureau'.
Volksverhaal-onderzoeker Theo Meeder heeft de roman van Voskuil met meer dan normale belangstelling gelezen. Hij heeft zelf een paar weken achter het bijzondere houten bureau gezeten toen hij vijftien jaar geleden bij het Meertens Instituut kwam werken. "Er zitten veel laatjes en vakjes in. Daar ging in de tijd van Meertens van alles in."
In de romans worden uitgebreide ochtendrituelen beschreven. "Zo liep Beerta naar zijn bureau, trok er aan de zijkant een schuif uit en zette daar zijn tas op. Een ander ritueel was dat er een laatje werd opentrokken waar een kam uitkwam. Daarmee ging hij als een ijdeltuit zijn haar staan kammen."
Lang heeft Meeder niet achter het museale bureau gezeten. "Het was niet op de maat van de moderne mens gesneden. Toen ik erachter ging zitten, zat ik vast met mijn knieën. Het was ook niet geschikt voor een moderne computer en het nam veel licht weg. Sommige laatjes zitten nog op slot", verklapt hij. ,,Misschien dat daar nog iets geheims in zit."
Volgens Meeder is het directiebureau vóór Meertens in gebruik geweest bij diens voorganger, een hoogleraar uit Leiden. Bij verhuizing naar een modern kantoorpand kreeg 'het pijploze orgel' - een bijnaam voor het bureau - een ereplaats tegenover de ingang van het instituut. Compleet met de prikker waarop in Meertens' tijd de afgedankte koffiebonnetjes gingen.
De Zeeuwse Bibliotheek pronkt tot half januari met het museumstuk. De bibliotheek viert het 150-jarig bestaan. Het imposante bureau is een aardige trekker. Maar ook heeft Meertens volgens Marlies Jongejan van de Zeeuwse Bibliotheek veel betekend voor de Zeeuwse geschiedenis, dialecten en volkskunde.
In 1943 promoveerde hij cum laude op het Letterkundig leven in Zeeland in de zestiende en de eerste helft der zeventiende eeuw. De geboren Middelburger had tot op het laatst van zijn leven een band met de provinciale bibliotheek. Dat valt in Het Bureau te lezen. Jongejan: "Als Meertens rond 1980 in het verpleeghuis verblijft, krijgt hij vaak bezoek van M. P. de Bruin, het hoofd van het Zeeuws Documentatiecentrum. In de boeken 'meneer De Blauw'."
Na zijn overlijden in 1985 laat Meertens de bibliotheek in Middelburg een groot deel van zijn collectie na. De zuinige wetenschapper gebruikte de achterkanten van vergadernotulen voor zijn aantekeningen. "Het ordenen was lastig", aldus Jongejan. Na jaren selecteren, worden zijn documenten, krantenknipsels, artikelen en aantekeningen nu toegankelijk voor het publiek. Een deel van deze collectie wordt van 19 november tot 16 januari tentoongesteld. Op een Meertensmiddag (18 december) belichten verschillende sprekers de persoon en wat hij voor Zeeland heeft gedaan.














