Nellie Laroes in haar zwarte jurkje met twee klasgenootjes en een stagiaire van de Kweekschool in de Sint Sebastiaanstraat bij de Rijksleerschool.
Ze laat een klein koperen emmertje zien. "Dat is van mijn grootouders
geweest. Ze woonden in de Pluimstraat en in heel het huis was maar één
kraan. En die druppelde. Om het water op te vangen, hing dit emmertje aan
die kraan."
Misschien dat die druppelende kraan de vader van Nellie van Kempen-Laroes
(1930) ertoe bracht loodgieter te worden. Zelf woonde Nellie met vader Jo,
moeder Nellie en broer Ko aan de Balans, bijna op de hoek met de
Bogardstraat. "Naast ons woonde veekoopman Blokpoel en links was het
schildersbedrijf van Heyboer."
Nellie heeft 'een onbezorgde
jeugd' gehad in het Middelburg van de jaren dertig.
"Mijn
speelplek was het Abdijplein. Daar kon je heerlijk spelen. Vooral als het
knikkertijd was. Als het 's winters gesneeuwd had, kon je heerlijk met de
slee van de Balans glijden. Dat kon, want er was weinig verkeer."
En omdat het niet druk was op straat, lieten haar vader en moeder haar al snel
alleen om boodschappen gaan. Of ze ging naar haar andere opoe, een weduwe,
die nog in dracht ging. "Zij woonde op de Walensingel. Het huisje stond
tegenover de joodse begraafplaats. Ik ging dan via het Sint Jorisstraatje,
dat tegenwoordig Sint Antheunisstraat heet, over het Sint Jorisbruggetje
naar de Herengracht en via de Seisstraat kwam ik op de Walensingel."
"We woonden vlakbij de Botermarkt. Iedere donderdag kwam er een boertje
met paard en wagen. Hij stalde zijn wagentje voor de werkplaats van mijn
vader om zijn spullen voor de Botermarkt uit te laden en bracht het paardje
naar een stal aan Achter het Hofplein. Ik mocht dan dikwijls mee."
"En iedere week kwam er een boerinnetje bij ons aan de deur met een
handkar vol fruit. Marie Polderman, een heel vriendelijke vrouw. Soms
hoorden we ook 'gornot, gornot' en kwam een Arnemuidse vrouw met een juk en
twee manden aan de deur om garnalen te verkopen."
Op haar
vijfde ging ze naar de Rijksleerschool aan de Sint Sebastiaanstraat. Eerst
naar de fröbelklas, zoals de kleuterklas toen werd genoemd, van juffrouw
Caro. Daarna naar de eerste klas van juffrouw De Liefde. "Die deed haar
naam echt eer aan. Dat was zo'n lieve vrouw. Ik heb fijne herinneringen aan
die school. 's Morgens in het vrije kwartier mochten we buitenspelen. De
speelplaats was in tweeën gedeeld. Op de ene helft mochten de jongens spelen
en de andere helft was voor de meisjes. Soms na schooltijd gingen we naar
Kaatje Verniel in de Beddewijkstraat. Daar kon je voor een cent heerlijke
dingen kiezen, zoals schuine drop of een zuurpeer. Mijn moeder had het niet
zo op die snoepjes. Ze was altijd bang dat je in een zuurpeer zou stikken."
Als meisje zat Nellie Laroes op gymnastiek, bij turnvereniging Achilles op de
Herengracht. "Mijn ouders vonden het belangrijk dat we aan sport deden."
Leren zwemmen hoorde ook bij de opvoeding. Zwemles werd in die tijd
in het kanaal gegeven. "Je had de groene en de gele zwemschool. Mijn
broer kreeg zwemles bij de gele. Dat was wat deftiger. Maar ik wilde bij de
groene school, want daar gingen ook al mijn vriendinnen naartoe. We kregen
dan les in een ondiep gedeelte bij de Punt, waar nu de roeivereniging is. De
gele zwemschool was aan de overkant, daar waar nu de drijvende winkel bij de
Maisbaai ligt." Een echt zwemexamen met diploma's bestond in die dagen
niet. "Twee keer heen en weer zwemmen, een achtje maken en een stukje
op je rug. Dat was alles. En als je het goed deed, mocht je in het diepe."


Sorteer reacties














