Wim Camper was zijn hele werkzame leven een man van de klok. Van de klokken
en horloges van vele Middelburgers, Vlissingers en andere Walchenaren. En
voor de oorlog zelfs van de uurwerken van Zeeuws-Vlamingen.
Wilhelmus Jacobus Camper werd geboren in Amsterdam in 1909, 'op de langste
dag, 21 juni'. Hij was nog maar een baby toen zijn ouders in 1910 naar
Middelburg verhuisden. Zijn vader had de horlogezaak van Ceulemans aan de
Lange Delft overgenomen. En zo werd het geboren Amsterdammertje een getogen
Middelburger. Wim ging naar de gereformeerde lagere school aan de
Herengracht. Rond 1920 verhuisde de horloge- en klokkenwinkel naar een pand
aan de Korte Delft, hoek Reigerstraat. Wim was net vijftien jaar toen zijn
vader hem naar de vakschool voor horlogemakers, goud- en zilversmeden in het
Zuid-Hollandse Schoonhoven bracht.
"Met vader en moeder ging
ik eerst naar Rotterdam en vervolgens met de Lekboot naar Schoonhoven."
Daar leerde hij 'vijlen en draaien', de grondprincipes van het vak van
klokkenmaker. Na drie jaar in de kost te zijn geweest, kwam hij terug naar
Middelburg. "Mijn vader kwam handen tekort. Ik kon meteen aan de slag."
Klokken en horloges waren in die tijd nog onderhoudsgevoelige mechaniekjes.
Vader en zoon Camper waren lang niet de enige klokkenmakers in de stad.
Cujé, Van Nerum en Frank aan de Lange Delft, de Jong in de Sint
Pieterstraat, Goedbloed aan de Burg, het zijn zo maar namen van
uurwerkmakers die in de jaren twintig en dertig in Middelburg hun zaak
hadden. Het was de tijd dat een uurwerk nog een wondertje van radertjes,
veertjes en palletjes was. "Er was veel werk aan. Elke klok moest op
zijn tijd een 10.000 km-beurt hebben."
De klanten kwamen met
hun horloges nog wel naar de zaak, maar voor de reparatie en onderhoud van
de klokken fietste Wim heel Walcheren over. "Ik had een grote rugzak en
daar gingen dan de uurwerken in."
In de crisisjaren bedacht
zijn vader dat in het westen van Zeeuws- Vlaanderen nauwelijks klokkenmakers
waren, en breidde het werkgebied uit. Hij regelde in Groede, Nieuwvliet,
Zuidzande en Sluis adressen waar mensen hun kapotte klokken konden inleveren
of een berichtje konden achterlaten. Wim stapte elke week op zijn fiets, met
een rugzak vol gerepareerde uurwerken, op de boot naar Breskens en maakte
dan een ronde door Zeeuws-Vlaanderen. "Dan was ik in Zuidzande en dan
lag daar een briefje of ik nog even een klok in Retranchement wilde ophalen!"
Service werd toen nog in kapitalen geschreven. "Op een nacht werd bij
onze zaak aangebeld. Daar stond de politie met een man. Of we zijn gouden
horloge onmiddellijk konden repareren. Wat bleek, de man had zijn klokje
overdag bij Zoutelande tussen de paalhoofden in het zoute water laten
vallen. Bij laag water waren ze later nog eens in het donker gaan zoeken en
toen vonden ze het terug. Helemaal nat natuurlijk en omdat ze bang waren dat
het zou gaan roesten kwamen ze naar mij. Diezelfde nacht nog heb ik het uit
elkaar gehaald en de onderdelen in de benzine gegooid."
Een
klokkenmaker repareerde niet alleen klokken, hij bracht ze ook thuis en hing
ze aan de muur. Dat niet elke muur hetzelfde was, ontdekte Wim in
Arnemuiden. "Ik had toen nog geen boor. De pen waaraan de klok moest
komen te hangen, sloeg ik in de muur. Ik gaf een paar tikken en ineens keek
ik bij de buren de kamer in. Zat er tussen die huizen maar een dun,
halfsteens muurtje."
Wim Camper trouwde in 1935 met Annie
Cornelissen, dochter van een politieagent aan de Veerse Singel. Ze gingen
aan de Vlissingseweg wonen ter hoogte van de tegenwoordige
Oosterscheldestraat. De Stromenwijk was er toen nog niet. Achter de
Vlissingseweg was het één groot weiland.
Tijdens het
bombardement op 17 mei en de daaropvolgende brand is hij met vrouw en zijn
twee jonge dochtertjes - en met nog veel andere Middelburgers - richting
Koudekerke getrokken. "We sliepen daar in een boerenschuur. De volgende
dag ben ik naar Middelburg gegaan om te zien wat er van de winkel was
overgebleven. En die stond er nog! We waren de enig overgebleven klokkenzaak.
"
Omdat er in de oorlog geen nieuwe klokken werden geleverd,
raakte klokkenwinkel Camper al snel door de voorraad heen. "Zelfs
winkeldochters die al jaren en jaren op de plank hadden gestaan werden
verkocht. De klok met de grootste wijzerplaat deed ik niet weg. Die zette ik
in de etalage met een klein lichtje erop. Want de klok van de Lange Jan en
van de stadhuistoren waren er niet meer. En de Middelburgers moesten toch
iets hebben om hun horloge op gelijk te zetten."


















