Op 17 mei 1940 werd een groot deel van Middelburg door oorlogsgeweld
verwoest. De serie Middelburg 1940 en de website op
www.pzc.nl/middelburg1940 laten de vooroorlogse stad herleven.
Armoe troef. Zo was het aan het Oud Arnemuids Voetpad waar Geertje
Knuijt-Schets (1922) uit Vlissingen is opgegroeid. Ze heeft er gewoond tot
in 1944 het water kwam. Kort daarna werd hun huis verwoest door een
voltreffer.
Jaren terug is ze nog eens in haar oude buurtje wezen
kijken. "Ons huis is nooit teruggebouwd." Ze zegt het laconiek,
want veel valt er niet aan te missen. "Het was maar een krap
werkmanshuisje. Beneden had je twee bedsteden en boven een zolder. Toch
woonden er aardig grote gezinnen in. Tegenover ons had je een huishouden met
zeven kinderen.''
Zelf groeide ze op met vader, moeder en twee
broertjes die een stuk jonger waren. ,,Ik was elf jaar alleen. In de
crisistijd kreeg ik twee broertjes op één dag. Ja, dat was een feest.''
Nu werkloosheid weer het gesprek van de dag is, denkt ze dikwijls terug aan de
jaren dertig. ,,Ik hoop maar dat het niet zo erg wordt als toen. De Schelde
lag plat en mijn vader zat jaren werkloos thuis. Ik weet nog goed hoe dat op
een dag veranderde. Vader moest die middag om twee uur plots weer op de
fabriek gaan werken. Ik werd naar de manufacturenwinkel in de Breestraat
gestuurd om een overall te kopen. Die had vader na zo veel jaren niet meer.
Ik zie de reactie van de winkelier nog voor me: 'Marie, Marie, de Schelde
gaat weer draaien', riep hij naar zijn vrouw in de achterkamer. Dat die
fabriek weer openging, was voor die man natuurlijk ook een uitkomst."
Waar ze nog altijd mee zit, is dat haar moeder als vrouw van een werkloze
niet mocht bijwerken. ,,Dat was omdat mijn vader een uitkering kreeg. De
vrouw van de kolenboer naast ons, maakte 's avonds een slagerij schoon. Zij
mocht wél werken, terwijl mijn moeder dat geld juist zo hard nodig had...
"
Het Oud Arnemuids Voetpad, tussen Dampoortstraat en het kanaal
in, was lang. Geertje woonde op nummer 62. Tussen de families Van Iren en de
gezusters Cijsouw in. ,,Vaders ouders woonden een huis of drie verder. Je
had er de slagerij van Botting en een klein kruidenierswinkeltje van Koos
Joosse. Daarnaast had haar broer een café. Die had nooit wat te doen. Hij
zei altijd: 'De een verrekt het om weg te gaan; de ander om te komen'.'' De
familie Schets was gezegend met een eigen huis. "Een 'zuchtend
eigendom' noemde mijn vader dat. Dat was omdat je ondanks je uitkering tóch
belasting moest betalen voor zo'n huisje. Het voordeel was dat je niet elke
week huur hoefde te betalen. Buren hadden daar soms 't geld niet voor en dan
kwam die huurbaas er al om."
Op de zondagmiddagen werd moeders
vader bezocht. Het was een aardig eind lopen naar Nieuw- en Sint Joosland.
,,Eerst de kaaien over en dan naar het station, de stationsbrug over tot je
bij de begraafplaats uitkwam." Geertje keek altijd uit naar de man met
het roeibootje. ,,Die voer ons soms van de Havendijk, op de Punt, over naar
het begin van de Nieuwlandseweg. Dan hoefde je heel die omtrek niet te
maken. Het koste twee-en-een-halve cent. In crisistijd was dat veel, dus het
kon niet altijd.''
Terwijl haar ouders elk dubbeltje omdraaiden,
ging het leven van de jonge Geertje in alle vrolijkheid door. Na school
speelde ze buiten op een groot weiland achter hun huis. ,,'t Veldje noemden
wij dat. In het weekend stonden er de gemeentepaarden die doordeweeks voor
de vuilniskar liepen." Of ze zat bovenaan de dijk langs het kanaal naar
Veere. ,,Daar zaten dan ook de mannen die werkloos waren te vissen met een
stok.''
Daags na haar veertiende verjaardag wordt ze door haar
vader van school gehaald. Abrupt. ,,De volgende dag kon ik mijn griffelkoker
en een boekje ophalen.'' Zo spaart het gezin weer een gulden in de week uit.
Want dat betalen ze buurmeisje Lenie Houmes die bijspringt als moeder ziek
is.
Later verdient Geertje de kost als dienstbode. Zo komt ze bij
het gezin Kelder op de Loskaai terecht. Het moment waarop de Gestapo dominee
Willem Kelder meeneemt als gijzelaar, staat in haar geheugen gegrift.
,,Vreemd dat de datum me is ontschoten. Wat ik toen heb beleefd, was vele
malen erger dan toen ons huis door een voltreffer werd geraakt. Ik moest van
mevrouw Kelder achter de dominee en die twee agenten aan, om te zien waar ze
hem naartoe brachten. Dat was eng."
Ze haalt een piepklein
fotootje uit de kast. Geertje als anderhalfjarige dreumes met een grote
strik in het haar. ,,Dat hadden de buurmeisjes laten maken." Haar eigen
kinderspullen zijn verdwenen in het water. In badpak is ze af en toe nog wat
spullen uit het ondergelopen huis gaan halen, zoals de naaimachine van haar
moeder. ,,Dat deden we bij laag water."
Nog altijd mist ze
haar poëzie-album. ,,Dat had ik graag nog willen hebben."
Toch was huis en haard verliezen niet het meest verschrikkelijke. ,,Alles in
de oorlog was erg. Je was blij dat je mekaar nog had.''


Sorteer reacties














