Willem Murk, met pet en in overall, poseert voor de auto van jonkheer Boogaert. Naast de benzinepomp staan de garagehouders Mullié en Kunst. Boven de auto hangt het uithangbord 'autolift' zoals de 'brug' in een garage toen werd genoemd. foto's collectie Coenraad Murk
Willem Murk doet ook aan amateurtoneel. Hij is bij de groep 't Overschotje. De groep heeft zijn oorsprong bij de vrijwillige brandweer, waar ook Willem Murk bij zit . De groep treedt hier op in het Schuttershof. Eens per jaar ging de groep ook naar Rottterdam om over 'geëmigreerde' Zeeuwen een voorstelling te geven.
Pet, beenkappen, pofbroek, leren handschoenen, uniformjasje. Willem Murk
ziet er altijd piekfijn uit. Hij is in de jaren dertig particulier chauffeur
van de familie Boogaert. Jonkheer Boogaert had in 1904 villa De Sprenck aan
de Seissingel laten bouwen.
Zie ook:
"Mijn vader was altijd een haantje de voorste. Voordat hij bij de
familie Sprenck in dienst was, had hij ook al voor anderen als chauffeur
gereden. Voor burgemeester Dumont Tak bijvoorbeeld. Hij heeft zelf prins
Hendrik rondgereden toen die in Zeeland was."
De familie
Boogaert heeft in de jaren dertig gronden en boerderijen over heel
Walcheren. De villa zelf is al een bedrijfje op zich, met drie dienstmeiden
en een tuinman in dienst. En chauffeur Willem Murk, die 25 jaar voor de
familie blijft werken. Tot 1940 als de de familie uit Middelburg vertrekt.
"Mijn vader had een moordbaan", zegt Coenraad Murk (1929) ruim
zeventig jaar later. "Als de jonkheer naar het buitenland ging, sliep
hij in dezelfde hotels. Hij kwam in Engeland, Frankrijk, Oostenrijk. Hij nam
ook altijd wat voor ons mee." Coenraad heeft nog een uit hout gesneden
beertje uit Oostenrijk.
De betrekking bij de adellijke familie
heeft nog een voordeeltje voor de jonge Coenraad. Als de kinderen Boogaert
speelgoed overhebben, mag zijn vader dat mee naar huis nemen. "De
familie Boogaert is altijd erg goed voor ons geweest."
Vader
is erg zuinig op de automobiel van zijn broodheer. "Mijn vader zocht de
auto's zelf uit. De laatste was in 1939, een Packard. Je mocht niet met je
vinger over de lak gaan. Er zouden eens krasjes op komen." De auto
staat gestald bij de garage van de firma Mullié en Kunst, aan de andere kant
van de Seissingel. M.K. Garage doet in automobielen, motoren en fietsen. Het
bedrijf heeft een 'autolift' en laat dat met een uithangbord aan de gevel
weten. Een brug, zoals dat tegenwoordig heet, is in die jaren geen
vanzelfsprekendheid.
Als jongen mag Coenraad mee als de jonkheer
een rondgang maakt langs de pachters op Walcheren.
Thuis is voor
Coenraad de Rozenstraat in Nieuw-Middelburg. Hij gaat naar de lagere school
aan de Verwerijstraat. "School A. Ernaast was de gereformeerde school.
De speelplaatsen waren gescheiden door een houten schutting."
Zijn moeder was Wilhelmina Blokpoel. Hij heeft zijn hele leven in de 'nieuwe
wijk' gewoond.
In die buurt, in de Jacob Catsstraat, woont ook
zijn vriend Charles Blaser. "Zijn vader was handelsreiziger, zijn
moeder een uit Duitsland afkomstige jodin. We wisten wel dat Charles joods
was, maar dat speelde voor de oorlog geen rol. Ook in de oorlog trokken we
nog met elkaar op. Charles had toen al wel een jodenster op zijn jas. Toch
gingen we dan bij de schouwburg kijken naar de Duitsers die met Middelburgse
meiden naar een voorstelling gingen. Charles stond dan tussen ons in zodat
die soldaten de ster niet zagen."
Op een dag was het huis aan
de Jacob Catsstraat leeg. "Vlak na de oorlog ben ik Charles nog een
keer tegengekomen. Ik zag hem in de Korte Delft. Over de kampen sprak hij
met geen woord. Hij vertelde dat hij naar Israël ging, naar een kibboets.
Via zijn vader hoorde ik nog wel eens hoe het hem verging, maar ik heb hem
nooit meer gezien."





















