Fotograaf Piet Vreke maakte deze foto midden jaren dertig tijdens het buurtfeest in de Eigenhaardstraat. foto's collectie Willem Koster
Koekhappen tijdens het buurtfeest. Vader Arie Koster is de man in het zwart met de hoed (rechts).
Piet Vreke heeft de mensen uit de buurt verzameld. De fotograaf uit de
Eigenhaardstraat geeft aanwijzingen zodat iedereen, van klein tot groot, te
zien is. Het is buurtfeest. Koekhappen hoort daar natuurlijk ook bij.
Willem Koster werd in 1930 in de Eigenhaardstraat geboren. Hij heeft foto's
van buurtfeesten in de jaren dertig bewaard. De wereld van zijn jongensjaren
lag tussen de binnenhaven en het kanaal. De Nieuwe Poortstraat, Dokstraat,
Oude Werfstraat. Het was een kinderrijke buurt. "De Stationsstraat en
de Loskade hoorden er niet bij. Daar woonden toch de wat rijkere mensen."
Standsverschil, heette dat in die jaren.
Het was ook een bedrijvige
buurt. Aan de zijde van de Maisbaai was Vitrite Works, maar je had er ook de
coöperatieve Landbouwvereniging, de ijsfabriek en de firma Polak 'in lompen
en metalen' aan de Nieuwe Poortstraat. "Tegenwoordig zou je dat een
recyclingbedrijf noemen."
In 1934 verhuisde het gezin Koster
naar de Korendijk 44. Willems jongste broer woont er nog. "Mijn vader
Arie Koster had het huis aan de Korendijk in 1934 gekocht van de
kunstschilder W.J. Schütz. Hij was zelfstandig timmerman-metselaar. Toen
mijn vader het pand kocht was het nogal vervallen. Hij heeft het zelf
opgeknapt."
Middelburg telde in 1940 zo'n twintigduizend
inwoners, van wie de meesten binnen de veste wonen. Op één adres woonden
vaak meerdere gezinnen. Ook de familie Koster had het pand niet voor zich
alleen. "Op de eerste verdieping werd een kamer, een alkoof en een
keukentje verhuurd. Naast het keukentje was de slaapkamer van mijn ouders.
Tussen dat keukentje en die slaapkamer zat een houten wandje."
In 1940 huurde C.C.M. la Brujeere de verdieping, leert het adresboek in het
Zeeuws Archief. "Dat was de vrouw van een marineman", herinnert
Willem Koster zich. "Later kwam de familie Luijendijk bij ons wonen.
Luijendijk was de molenaar van de Seismolen geweest."
De
huurders hadden geen eigen opgang. Toch leidde dit samenwonen van de
families onder een dak niet tot grote problemen.
Vader Koster had
nog meer huizen in bezit. Willems geboortehuis aan de Eigenhaardstraat had
zijn vader aangehouden en hij had een aan de Lombardstraat geërfd. "
Toen ik wat groter was, mocht ik elke maandag de huur ophalen."
Willem ging naar de gereformeerde lagere school aan de Gravenstraat. "
Het was een school met zeven klassen. In de eerste klas hadden we juffrouw
Van Dijk, die met haar vader aan de Haringplaats woonde." In de oorlog
werd de school door de Duitsers gevorderd. Willems klas werd toen
ondergebracht in de consistorie van de Hofpleinkerk.
Zijn vader
was vrijwillig brandweerman en vrijwilliger bij het Rode Kruis. Hij had
geholpen bij de grote brand aan de Lange Delft in 1929. Daarna had hij zich
aangemeld bij de vrijwillige brandweer. Willem Koster heeft zijn
herinneringen aan de bange meidagen van 1940 op papier gezet. Hoe de familie
na het vallen van de eerste bommen eerst schuilde in de achterkelder en
later onderdak vond bij huisarts Pel aan de Rouaansekaai. Toen het ook daar
te gevaarlijk werd trokken moeder en de kinderen Koster - met baby Kees in
een speciaal door vader getimmerd kistje - naar de Noordweg. Vader Koster
raakte als brandweerman gewond. Een maand tevoren had hij nog houten rekken
gemaakt om in vrachtwagens te plaatsen voor het vervoer van gewonden. "
Op 17 mei was hij zelf één van de eersten die werd vervoerd op een draagbaar
die in de rekken paste." Moeder en de kinderen keerden de volgende week
terug naar de Korendijk. Vader bleef tot half juli in het Gasthuis voor
behandeling van zijn beenwonden.






Sorteer reacties














