De 'overburen' van de familie Den Hollander in de Nieuwe Oostersestraat. Deze huizen werden in de jaren zestig afgebroken. foto Beeldbank Zeeland/Zeeuwse Bibliotheek
Er woonden in 1940 heel wat Den Hollanders in Middelburg, maar daar zat geen familie van Jo den Hollander tussen. "Ik ben een getógen Middelburger, geen geboren." Maar het scheelde niet veel.
Zie ook:
Jo kwam in 1927 ter wereld in het West-Brabantse Klundert. Zuster Jansen, Middelburgse van oorsprong, hielp bij de bevalling. Toen Jo's vader in 1928 bij De Schelde ging werken, verhuisde het gezin niet naar Vlissingen, maar naar Middelburg. Zuster Jansen had familie in de bouw en hielp de Den Hollanders aan een huis. Eerst aan de Dam en later in één van de huizen die in 1932 in een rij aan de Nieuwe Oostersestraat werden gebouwd. Zuster Jansen kocht nummer 24 en verhuurde die aan het gezin Den Hollander. Toch werd 1932 een slecht jaar voor de familie. Vader raakte werkloos en zou dat jaren blijven. Net als vele honderden anderen. In 1938 stonden bijna negenhonderd Middelburgers bij de Arbeidsbeurs ingeschreven.
Jo begon zijn schoolcarrière op de kleuterschool aan de Bree. Daarna ging hij naar de gereformeerde lagere school aan de Herengracht. Hierin is tegenwoordig het Zeeuws Veilinghuis gevestigd.
"Dat was eigenlijk de school voor de gegoede stand. Arme mensen gingen naar de gereformeerde school aan de Gravenstraat. Maar mijn oudere broer was bevriend met de zoon van de eigenaar van de ZHB-brouwerij. Hij ging met dat vriendje naar de Herengracht, en ik dus later ook. We hoorden bij de armste kinderen op die school. Dat merkte je als je schoolgeld mee moest nemen en dat hadden we niet altijd. Dat stak."
"Alleen in de zevende klas heb ik in de Gravenstraat gezeten. Ik kon niet zo goed leren. Wie niet naar de mulo of de hbs kon, moest dan naar de zevende klas en die had je op de Herengracht niet."
Tegenover hun huis stonden woningen en daarachter liep het Bastion. "Op de hoek zat melkslijter Boon, in het midden het winkeltje van Lambertz en op de andere hoek het winkeltje van Verhage. Tussen onze straat en het Bastion liep nog een steegje met wat krotwoningen. Daar woonde de voddenboer Batus."
Elke dag moest vader Den Hollander naar de Wagenaarstraat om te stempelen. "Vaak ging hij daarna naar De Schelde om te vragen of er werk was. Ik ging dan mee, achterop de fiets." Zijn vader deed van alles om wat centen bij te verdienen. "Hij ging zilver poetsen bij de inspecteur van een verzekeringsmaatschappij. Dan kreeg hij een voedselpakket. In de winter was hij baanveger op het ijs in de vest."
Jo ging ook op pad, bijvoorbeeld naar de militaire schietbaan die achter de begraafplaats aan de Westelijke Oude Havendijk lag. "Daar verzamelden we die loden proppen om te verkopen aan de voddenboer. Op het Molenwater stond toen de gasfabriek. De kolen werden aan de Loskade met een rijnaak aangevoerd. Die werd met de hand gelost! Van de schipper mochten we dan het laatste restje kolen uit het gangboord oprapen. Was zijn schip weer schoon en wij hadden kolen."

















