Op 17 mei 1940 werd een groot deel van Middelburg door oorlogsgeweld
verwoest. Via de website www.pzc.nl/middelburg1940 wil de PZC in
samenwerking met het Zeeuws Archief de vooroorlogse stad laten herleven.
Als het even kon ging Johan Schrier (1929) met zijn pa mee naar de donderdagse markt in Middelburg.
Zijn vader was melkboer in Vlissingen. Het gezin woonde aan de noordkant van
de Singel. "Een melkboer was slaaf van de bevolking", vertelt
Schrier. Het was in een tijd dat er nog geen koelkasten waren en melk dus
niet lang bewaard kon worden. "Drie keer per dag ging hij langs zijn
klanten, die door de hele stad woonden."
Maar de donderdag,
dat was voor melkboer Schrier een 'makkelijke dag'. Dan deed hij 's ochtends
zijn ronde, at wat vroeger dan op andere dagen zijn middagmaal en stapte op
de motorbakfiets naar Middelburg. Doel: de botermarkt aan de Korte Burg op
de hoek met de Bogardstraat. De markt was een vierkant plein, deels overdekt
en van de weg gescheiden door een ijzeren hek. Een beetje zoals de Vismarkt
nu nog is.
Elke donderdag kwamen de Walcherse boerinnen met hun
huifkarren naar de stad om boter en eieren te verkopen. "Mijn vader
kocht de boter van twee boerenvrouwen uit Meliskerke. Elke week een stuk of
twintig rolletjes, gewikkeld in vetvrij papier." Boerenboter was
geliefd bij de klanten die wat beter bij kas zaten.
Heel veel
melkboeren kwamen naar de botermarkt. "Ze wisselden nieuwtjes uit."
De jonge Johan keek zijn ogen uit in de stad. Hij bleef niet
hangen op de botermarkt. De grote wekelijkse markt op de Markt lokte. "
Iedereen liep er rond. De boeren en boerinnen in dracht, burgermensen,
chique dames. "Ik was toen nog erg jong", zegt Johan Schrier, maar
sommige voorvallen staan hem nog helder voor de geest. Op donderdag kwamen
ook de visvrouwen met de trein uit Arnemuiden. "De manden met vis
droegen ze met een juk op hun schouders. Pal voor het stadhuis ventten ze
hun waren uit. Soms zag ik ze zitten op de rand van twee bij elkaar staande
manden en zag ik het 'water' over straat lopen. Ra, ra, wat was dat?",
lacht Schrier. Toevallig werd vele, vele jaren later voor het stadhuis een
stoel-met- plas-effect neergezet.
Johans oom was Nico van Oost, die
aan de Schoorsteenvegerssingel woonde. "Ze woonden in een mooie woning
uit de jaren twintig, tegenover het opslagterrein van de metaalhandel Van
Renterghem. Oom Niek was een statige man, met gezag. Hij werkte bij de
gemeente onder meer als haven- en marktmeester. En hij was bij de brandweer.
"Zijn helm lag altijd op de meterkast, pakklaar om als het alarm ging
naar de kazerne aan de Sint Janstraat te gaan."
Voor het
familiebezoek aan oom Niek en tante Nel nam het gezin Schrier de elektrische
tram die van de Leeuwentrap in Vlissingen naar de Middelburgse Markt reed. "
Die tram kon zo heerlijk piepen en knarsen als hij door de bochten van de
Zandstraat of de Langeviele draaide."
In de eerste
oorlogsdagen, nadat er bommen waren gevallen in Vlissingen, besloot het
gezin Schrier naar familie in Middelburg te gaan. Ze werden met nog een
aantal andere familieleden ondergebracht bij een broer van oom Niek. Die had
een groot huis op de Dam (Noordzijde).
Op 17 mei bleek dat ze net
zo goed in Vlissingen hadden kunnen blijven. "Ons huis in Vlissingen
had toen geen schrammetje opgelopen."


















