Garagehouder Kievit nam in 1931 een besluit dat het leven van zijn toen zevenjarige zoon Willem zou gaan bepalen.
Hij sloot een akkoord met de gemeente Middelburg om aan de Sint Janstraat de brandweerkazerne met bovenwoning te bouwen. Voorwaarde: Kievit senior zou moeten zorgen voor twee chauffeurs-pompbedienden en de brandmeldingscentrale kwam bij de familie in huis.De bouw van de kazerne tegenover de Vismarkt paste in de modernisering van de Middelburgse brandweer, na de grote brand aan de Lange Delft in 1929, waarbij de Fransche Bazaar en Grand Hotel Verseput verloren gingen.
Boven woonde de familie, beneden stonden de Magerius Brandspuit, de Chevrolet-ladderwagen en de burgerijspuit op een Ford paraat. De brandweer leek wel een familiebedrijf. "Het hele gezin was behept met de brandweer", vertelt Willem Kievit. Zijn vader, moeder, broer en oom, iedereen was er wel op de een of andere manier bij betrokken. Al was het alleen maar omdat altijd iemand thuis moest zijn om wacht te houden bij het alarm. Moest de brandweer in actie komen, dan werd in huize Kievit op een knop gedrukt, waardoor bij de vrijwillige brandweerlieden thuis het brandalarm rinkelde. Beroepsbrandweer was er nog niet. Willem Kievit: "Het hoofd gemeentewerken was commandant. De vrijwilligers hadden allerlei beroepen: timmerman, elektricien, aannemer, winkelier."
"Elke maandag om half één werd het alarm getest. Dan mocht ik van mijn vader wel eens op de knop drukken." Willem vond het prachtig. De mannen op die op de fiets aan kwamen snellen en met de indrukwekkende autospuit de brandweergarage uitreden. "Je werd zo enthousiast als de pest." Nadat hij de rijksleerschool aan het Sint Sebastiaanstraatje had doorlopen en op de mulo aan de Nederstraat zat, mocht hij op 14 augustus 1939, twaalf dagen na zijn vijftiende verjaardag, eindelijk zelf vrijwillig brandweerman worden. Hij zou de rest van zijn werkzame leven brandweerman blijven, eerst nog als vrijwilliger, later, vanaf 1955 als beroepsbrandweerman. Vanaf 1960 was hij bij de brandweer in Noord-Holland. Na zijn pensionering keerde hij terug naar zijn geboortestad.
In zijn eerste jaar als brandweerman maakte Willem Kievit de brand van zijn leven mee: de verwoesting van een groot deel van de binnenstad. "Het heeft een week gebrand. Ik zie de Lange Jan nog in elkaar zakken."
De hele oorlog zou Willem branden blijven blussen die door het oorlogsgeweld ontstonden. Niet alleen in Middelburg, maar ook op de Walcherse dorpen en in Vlissingen, dat zwaar werd getroffen.
Na de oorlog trouwde hij met Bep Boone. Zij woonde aan de Segeersingel, aan de overkant van het kanaal achter het station.
Als meisje ging zij naar de lagere school achter de Verwerijstraat. Dat was een heel eind lopen, vertelt Bep: "We liepen dan naar de overweg op de plaats waar nu de Schroeweg is. Zo langs de veiling naar de Stationsbrug. Van brugwachter Buijs mochten we weleens meedraaien op de brug. De brugwachters woonden elk in een huis aan weerszijden van het station." Tussen de middag ging ze naar huis. Op school overblijven was er niet bij, dus liep Bep het hele eind terug naar huis: "Om warm te eten. Doen we trouwens nog steeds, warm eten tussen de middag."

















